Hij was precies twee jaar geleden bezig Mark Spitz uit de boeken te zwemmen. Michael Phelps won op de Spelen van Beijing liefst acht keer goud. Maar er valt nog wel wat te wensen over. In Londen wil hij de kroon op zijn carrière zetten. Phelps wil het koningsnummer van het zwemmen winnen, de 100 meter vrije slag.

Die afstand is wat de 100 meter in atletiek is. Iedereen weet jaren later nog wie die afstand won. Maar de atleten die het kogelslingeren of de 200 meter schoolslag wonnen, zijn zo weer vergeten. Phelps wil in het rijtje Matt Biondi, Alexander Popov en Pieter van den Hoogenband.

Juist op de 100 vrij is Nederland een wereldmacht. Tien jaar geleden in Sydney pakten VDH en Inge de Bruijn de olympische titels op het koningsnummer.

En ook daarna deden 'we' steeds mee om de medailles bij EK's, WK's en Spelen op die afstand. Denk aan de vrouwen van estafetteploeg op de 4x100 vrij die de afgelopen jaren alles wonnen wat er te winnen viel.

Blik talent

Wat Jamaica is op de 100 meter in het atletiek is Nederland op de meest prestigieuze discipline in het zwemmen. Bij de EK in Boedapest keek iedereen weer vol ontzag en een tikkeltje jaloers naar 'ons'.

Ranomi Kromowidjojo, misschien momenteel wel 's werelds beste op de 100 vrij, kreeg op trainingskamp in Tenerife hersenvliesontsteking en onbrak. Marleen Veldhuis beviel deze zomer van een dochter en zal later dit jaar haar comeback maken, is de bedoeling.

En Inge Dekker moest de EK laten schieten met een schouderblessure. Driekwart van de gouden estafetteploeg ontbrak. En toch won Nederland nog bijna brons op de 4x100 meter estafette. De andere landen waren vooraf al benieuwd welk blik met nieuw talent er nu weer werd opengetrokken.

Moordend

De concurrentie is moordend om zelfs maar in de estafetteploeg te komen. Het is moeilijker om je in die ploeg te zwemmen dan met die ploeg goud te winnen stelde bondscoach en technisch directeur Jacco Verhaeren.

Om te kunnen schitteren op de individuele 100 vrij geldt hetzelfde. Femke Heemskerk is daar het bewijs van. Per land gaan er bij grote toernooien maar twee zwemmers door naar de halve finale. De tijden van Heemskerk waren vaak al goed genoeg voor een finaleplaats, maar ja, Kromowidjojo en Veldhuis zwommen nog net iets harder dus kon door haar naam een streep.

In Boedapest kon ze mooi laten zien wat ze in zich heeft, doordat ze eens niet eerst hoefde af te rekenen met haar vriendinnen van de estafetteploeg. Ze haalde haar eerste finale op een individueel onderdeel op een groot toernooi en pakte meteen brons. Zoals haar trainingsmaatje in Amsterdam, Sebastiaan Verschuren, dat vlak voor haar deed op de 200 vrij.

Geheim

Wat is 'ons' geheim wordt Verhaeren vaak gevraagd. Het zwemmen van de 100 vrij zit ons in de eerste plaats in de genen. Nederlanders hebben de ideale bouw voor het koningsnummer. Ze zijn lang en slank.

En dan is er nog wat. 'We' zijn ook zo goed door een gebrek aan zwemwater. In de trainingscentra in Eindhoven en Amsterdam staan de gepensioneerden turend naar hun horloge langs de rand van het bad. Tijd is tijd; olympisch kampioen of niet, ook zij moeten hun baantjes kunnen trekken. Daar hebben ze immers voor betaald.

De Nederlandse zwemmers liggen daarom minder lang in het water dan hun collega's uit andere landen. Maar ze trainen wel harder om de tijd die ze hebben zo goed mogelijk te kunnen gebruiken. En zo creëer je dus sprinters.

Specialistenwerk

Want het vormen van een 100 vrij-zwemmer is specialistenwerk. Je wordt op die afstand geen kampioen als je, als Phelps, ook nog uitkomt op zes of zeven andere onderdelen.

En de combinatie van lange en korte afstanden is al helemaal dodelijk. Ooit een 400 meter loper in de atletiek gezien die ook de 100 meter won? Zo geldt dat voor het zwemmen ook.

Dus ook als het om zwemmen gaat heeft Johan Cruijff gelijk. Elk nadeel heeft ook hier zijn voordeel.