BRUSSEL - Europees commissaris Bolkestein (interne markt en fiscale zaken) begint een uitgebreid onderzoek naar een systeem van belastingcompensatie voor het Italiaanse voetbal en andere sporten als wielrennen en basketbal. Bolkestein denkt dat het systeem kan aanzetten tot fraude met de boekhouding. Ook zou het een niet toegestane vorm van staatssteun inhouden.

Onder druk van de Italiaanse premier en voorzitter van AC Milan Berlusconi werd eerder dit jaar een regeling doorgevoerd, die Italiaanse professionele sportclubs en wielerploegen de mogelijkheid geeft verliezen over een periode van tien jaar via de belasting te kunnen compenseren. Door het verlies van televisierechten waren veel Italiaanse clubs in de problemen gekomen.

Doorgaans kunnen bedrijven verliezen niet over zo'n lange periode als tien jaar voor de fiscus afschrijven. Mede daarom had de Europese Commissie eerder al twijfels over het nieuwe Italiaanse systeem. Dinsdag besloot de commissie Italië twee maanden de tijd te geven om te antwoorden op vragen van Bolkestein over de fiscale en boekhoudkundige aspecten van de regeling.

Van de zestien clubs in de Italiaanse serie A maken alleen Sampdoria Genua, Juventus en Modena geen gebruik van de fiscale compensatiemogelijkheid. AS Roma, Lazio Roma, Inter Milan en Berlusconi's AC Milan doen naar verhouding het grootste beroep op de fiscale compensatie.

Ploegen

De VVD-eurocommissaris denkt dat zij door de langere afschrijvingsperiode voorrechten hebben waar buitenlandse clubs geen gebruik van kunnen maken. Ook van de twintig clubs in de Italiaanse serie B en de 86 ploegen in de serie C of derde divisie maken er de nodige gebruik van de fiscale uitweg die Berlusconi in het leven riep.

Lagendijk

GroenLinks-europarlementariër Lagendijk, die zich al eerder uitsprak tegen elke vorm van overheidsondersteuning van het profvoetbal, vraagt om duidelijke Europese regels voor de gehele sector. Hij noemt het hoopvol dat de Europese Commissie Italië wil aanpakken. Lagendijk zou echter graag zien dat Bolkestein of zijn collega Monti (concurrentiebeleid) na Italië ook andere lidstaten kritisch bekijkt op hun regelingen voor profclubs.