Avonden lang heb ik zitten turven. Het eindresultaat: 3. Drie trainingspakken in de hele eredivisie. Dat is geen incident. Dat is structureel. Er is geen andere conclusie mogelijk. Het trainingspak sterft uit.

Of hij geen maatpak aan moest. Martin Jol schudde zijn hoofd. Zo’n pantalon knelt als de ziekte, joh.

En met zo’n overhemd ben je de hele ochtend zoet. Strijken, knopies in de goede volgorde vastmaken (moet je nou onderaan beginnen of juist bovenaan?), flappen in je pantalon frummelen. Stropdas lag ook nog thuis. Daar ging-ie niet aan beginnen, hoor.

Links over rechts, onderlangs bovendoor en dan weer terug – of zoiets. Toedeledokie, hij kon zijn tijd wel beter gebruiken. Die lakschoenen? Eén keer geprobeerd, toen hij naar de visboer om de hoek liep. Iedereen in de zaak lachen natuurlijk.

Nou, Martin niet. Blaren zo groot als schollen. Voortaan weer gewoon sportschoenen. En daarboven zijn vertrouwde campingsmoking.

Diego Maradona

Ooit was Martin Jol één van de vele trainers in trainingspakken. Nu is hij de proleet onder de trainers.

Tegenwoordig schijn je als trainer niet meer mee te tellen als je geen maatpak draagt. Je moet langs de lijn staan met suède schoentjes, een pak met Italiaanse snit om de heupen, de haren in een modieuze coupe en de blik op serieus. Want iedere trainer wil een beetje Jose Mourinho zijn.

Mijn hart brak toen ik Diego Maradona op het WK zag rondbanjeren in een pak dat hij anders alleen draagt als hij Kerstmis viert bij zijn zoveelste schoonmoeder.

De maatpakkenhysterie maakt ieder jaar nieuwe slachtoffers. In dug-outs zitten alleen nog maar serieuze mannen in stemmige pakken.

Mourinho-look-a-likes

Misschien komt het wel door de clubs. Die stellen alleen nog maar Mourinho-look-a-likes aan, of verplichten hun trainer om zich in hun begrafenisoutfit te hijsen. Ik hoor het de PR-man van Excelsior, Willem II of MVV zeggen: ‘Het draait om een stukje uitstraling, trainer.’

Onderzoekje. In de eerste competitiespeelronde, die van afgelopen weekend, had Martin Jol precies twee collega-campingsmokings: Ton du Chatinier van Utrecht en Wiljan Vloet van NEC.

De rest zat vermomd als accountmanager op de bank, het hoofd gehangen in een stropdas in clubkleuren. Zweetplekken onder de oksels, prikkende boord in de nek, blaren op de voeten.

Een trainingspak heet niet voor niets trainingspak. Want een trainingspak is bedoeld voor trainers. In een campingsmoking kun je jezelf zijn. De buik kan vrijuit hangen, de lovehandles worden niet afgekneld, je kunt met de billen bij elkaar zitten zonder dat er een duur stuk Italiaans stof omhoogkruipt.

Nee, het is niet heel charmant of modieus. Maar maakt dat iets uit? Moet voetbal dat zijn? Ik vind het niet erg om een trainer als zijn eigen, kneuterige, zelf te zien.

Peloton doodgravers

Geef mij maar die initialen op broek en jack (TdC: Ton du Chatinier) om het de wasvrouw makkelijker te maken in plaats van de zorgvuldig geboetseerde sjaal om de nek van een Mourinho-modepopje.

Het gaat niet lang meer duren, vrees ik. Binnen een paar jaar zitten er helemaal geen trainingspakken meer op de bank in Nederland. Wiljan Vloet is de eerste die zal sneuvelen. Die heeft zijn ik-hoor-er-ook-bij-maatpak al klaarliggen. TdC is al oud, die gaat niet lang meer mee. En Martin Jol? Nog een paar gelijkspelletjes en hij vlucht alsnog naar Fulham.

Het enige wat overblijft is een peloton doodgravers in stemmig zwart. Ze kijken serieuzer dan ooit. En misschien ook wel een tikje schuldig en bedroefd. Terecht. Ze hebben het trainingspak vermoord.