Godzijdank is Frans Derks geen scheidsrechter meer, maar helaas is zijn spirituele nalatenschap nog alomtegenwoordig in de eredivisie.

Tijdens mijn zomervakantie las ik de vermakelijke biografie Op z’n Frans van André Hoogeboom, over ex-scheidsrechter Frans Derks.

Het was een merkwaardige ervaring, want waar ik voor de mens Derks per pagina meer sympathie kreeg, kreeg ik aan de scheidsrechter Derks een steeds grotere hekel: ik zou werkelijk knettergek van de man zijn geworden.

De eerste pagina van het eerste hoofdstuk telt maar 22 regels tekst, maar bevat al meteen vier wijsheden over het arbitersvak waarvan mijn irritatiemeter bijna uit zijn kastje knapte.

Machtsmiddelen

1. “Zijn gezag dwong respect af bij de voetballers omdat hij zelden naar machtsmiddelen greep.” (Is dat per definitie goed dan? Als hij overtredingen liet passeren waarvoor je volgens de spelregels een kaart hoort te trekken, dan is het op zak houden van die kaart geen verdienste, maar gewoon een fout).

2. “Rigide en starre leiding staan de kwaliteit van het spel in de weg.” (Wat een hippiegelul. Het nauwgezet toepassen van de spelregels is niet rigide of star, het is juist een drempelvoorwaarde voor goed voetbal).

3. “Regels zijn niet meer dan richtlijnen, waarmee losjes omgegaan dient te worden.” (Of hij nou betrekking heeft op het voetbal of de hele maatschappij: er valt geen stelling te verzinnen waarmee ik het fundamenteler oneens ben).

4. “Derks floot, zoals hij zelf regelmatig zegt, in ‘de geest van de wedstrijd’.”

Vreselijke scheidsrechter

Daar komt de aap uit de mouw: de beruchte geest van de wedstrijd. Al na één bladzijde weet ik het zeker: wat moet Frans Derks een vre-se-lijke scheidsrechter geweest zijn. Als ik hem ooit tegenkom, wil ik over alles wel met hem praten (gezellig!), maar in vredesnaam niet over voetbalspelregels. Dan hebben we binnen vijf minuten heibel.

‘De geest van de wedstrijd’... Die metafysische flauwekul hebben we dus aan Fransje Derks te danken. Welnu, lieve Frans: de ‘geest van de wedstrijd’ bestaat net zo min als het spook van de opera.

Van een schoolmeester kun je zeggen dat hij het goed heeft gedaan wanneer hij de orde weet te handhaven zonder leerlingen de klas uit te sturen. Maar een scheidsrechter is geen schoolmeester en een voetbalwedstrijd geen dagje basisonderwijs.

Ten onrechte géén kaart geven, is net zozeer een fout als er ten onrechte wél een geven: het beïnvloedt het verloop van de wedstrijd en het bepaalt de momenten waarop spelers geschorst zijn, en weer beschikbaar.

Fout is menselijk

Zulke zaken zijn belangrijk voor de competitie. Eén goal, de timing van een schorsing; het kan aan het eind van de rit allemaal doorslaggevend zijn. Een fout is menselijk, maar minutieuze naleving van de spelregels (zonder aanzien des persoons, moments, wedstrijds of wat-dan-ooks) is de enige juiste intentie. Oók in vriendelijke wedstrijden. Oók in de blessuretijd van een wedstrijd die al is beslist. Oók wanneer de speler in kwestie al geel had.

Scheidsrechter die daar zakelijk en precies in zijn, zijn geen vervelende regelneukers maar juist arbiters die begrijpen dat hun wedstrijd maar een blokje van anderhalf uur is in een lange competitie, waarin het trekken van één lijn van belang is.

Scheidsrechters die menen dat ze de spelers wel in het gareel houden met een waarschuwend woord en een Ogilvy-onderonsje met de geest van de wedstrijd, zijn hooghartige oenen die menen dat hun particuliere inlevingsvermogen boven de spelregels verheven is.

Teugels niet vieren

Topscheidsrechters (zoals mijn favoriet aller tijden, de kale Italiaan Pierluigi Collina) geloven niet in geesten. Zij weten: als je de teugels niet laat vieren, hoef je ze ook nooit harder aan te trekken. Een goede scheidsrechter houdt de teugels altijd hetzelfde vast. Elke wedstrijd, elke minuut.

Dit weekend, tijdens de eerste eredivisie-speelronde van 2010-2011, waren twee scheidsrechters actief die een paar dagen eerder waren gezakt voor de spelregeltoets van de KNVB: Ruud Bossen en Pieter Vink, toevalligerwijs twee van de hinderlijkste interpretatiefluitketels van Nederland, wat mij betreft.

Ze hebben hun spelregeltoets kennelijk in de geest van de wedstrijd ingevuld.