Ja, Spanje is een betere ploeg dan Oranje. Maar los daarvan mag een mens toch gewoon laaiend op Howard Webb zijn?

Wijs op een paar beslissende scheidsrechterlijke fouten in je voordeel, nadat je favoriete ploeg enigszins fortuinlijk heeft gewonnen en het zal eerlijk, sportief en fideel worden gevonden. Wie echter na een verloren duel een scheidsrechterlijke fout als beslissend aanwijst, wordt onmiddellijk in het kamp der slechte verliezers zonder zelfkritiek geplaatst.

Waarom eigenlijk? Alsof een verliezer van een WK-finale niet het recht heeft verontwaardigd te zijn over een scheidsrechter die weigert een overduidelijke hoekschop toe te kennen, waarna de tegenstander van de gedupeerde ploeg in de tegenaanval 1-0 maakt, niet in de 26e, 53e of 70e minuut, maar in de 116e, tegen het einde van de tweede verlenging, in een wedstrijd die op een penaltyreeks afstevende.

Gedupeerde verliezer

Natúúrlijk heeft Spanje een beter voetballend elftal dan Oranje en wonnen ze (al waren ze beslist niet superieur) wel verdiend. Natúúrlijk is het waar dat Nigel de Jong met rood weggestuurd had moeten worden (Iniesta trouwens ook) en natúúrlijk is het eigen schuld, dikke bult wanneer je, zoals Arjen Robben, oog in oog met de keeper niet tot scoren komt.

Maar geheel los daarvan moet het ook mogelijk zijn om, als gedupeerde verliezer, te zeggen dat deze wedstrijd simpelweg in 0-0 zou zijn geëindigd als Howard Webb niet bij het sluiten van de markt een beslissende fout in ons nadeel had gemaakt.

Dat is niet stakkerig of emotioneel en het getuigt ook niet van slecht verliezerschap. Het is een vrij feitelijke, rationele en relevante constatering.

Doorgeslagen goed verliezerschap

Zelfs de beste analisten (Derksen, Van der Gijp), journalisten (Humberto Tan) en columnisten (Nico Dijkshoorn) wentelden zich meteen na de finale op Twitter in een soort doorgeslagen goed verliezerschap, dat ik net zo irrationeel en krampachtig vind als de kort door de bocht gierende tirades tegen de scheidsrechter van schuimbekkende supporters op de tribune.

Woede en verwijt kunnen heel analytisch en terecht zijn, terwijl ogenschijnlijk sportieve redelijkheid in werkelijkheid voort kan komen uit tunnelvisie en meten met twee maten: in hun drang een redelijke verliezer te zijn, sloegen velen een toon aan alsof je, als Nederlander, nu álle mogelijke oorzaken voor de nederlaag aan mag wijzen, maar niet de fout van Webb. Want dat hoort niet: de scheidsrechter de schuld geven is zwak. Alsof het niet ook terecht kan zijn, af en toe.

In 1974 verloor Nederland omdat de briljante ploeg zich, na een magistraal toernooi, niet in acht wist te nemen. Er werd gerookt en gefeest, en de naïeve openheid rond Oranje getuigde van een nu ongekend amateurisme. De ploeg was aan het eind van zijn Latijn toen de finale gespeeld moest worden. Oranje kon niet meer en verloor van een ploeg die professioneler was. Terecht dus.

Intimidatie

Het Oranje van 1978 moest een WK spelen in een militaire dictatuur. In de aanloop naar de finale werd er geïntimideerd door het leger en de Argentijnen schenen onder de doping te zitten. Maar toch: die bal tegen de paal... Daar had Rensenbrink, kort voor tijd, gewoon de winnende goal op zijn schoen, voor een leeg doel. Geen bewapende militair of gedrogeerde verdediger had nog iets kunnen uitrichten wanneer hij ‘gewoon’ gescoord had.

Het Oranje van 2010 hield zich ruim 115 minuten de sterker geachte opponent van het lijf, vocht voor wat het waard was en koerste met tamelijk vaste hand op de strafschoppenserie af... totdat Howard Webb besloot géén hoekschop te geven terwijl een Spaanse rug de bal wel dertig graden van richting veranderde. Spanje scoorde in de tegenstoot.

Scheidsrechterlijke fout

Het Oranje van 2010 was niet zo goed als de teams van ’74 en ’78, maar is welbeschouwd wel onze enige WK-finalist die met enig recht naar een beslissende en onomkeerbare scheidsrechterlijke fout kan wijzen. Die constatering mag losstaan van andere discussies, en hij mag ook best van de gefrustreerde verliezer komen.

Gefrustreerde verliezers lullen namelijk niet per definitie uit hun nek.

Je koopt er geen fluit voor, uiteraard. Zie het als het likken van opnieuw een diepe wond, opgelopen in de finale van een WK.