Elke week beantwoordt de redactie van NUsport vragen van haar lezers over een actueel onderwerp uit de sportwereld. De vragen kunnen aan het begin van de week worden ingestuurd, de antwoorden zijn op donderdag terug te lezen in de rubriek 'Wat vraagt u NU?'

Deze keer opnieuw over de Tour de France.

Gezien de uitslag waarbij Rabokopman Mentsjov alleen zat zit ik met de vraag waar zijn de renners, die Mentsjov uit de wind moeten houden? Hetzelfde geldt voor Gesink, die bij aankomst alleen met Nierman in het peloton zat.

''Deze vraag gaat over de etappe naar Arenberg Porte du Hainaut, de kasseien dus. De knechten zijn ervoor verantwoordelijk dat hun kopmannen goed in de finale worden afgezet. De eerste kasseienstrook kwam na 128 kilometer, de belangrijkste en gevaarlijkste kasseienstrook pas na 185 kilometer.''

''Uit het feit dat zowel Denis Mentsjov als Robert Gesink redelijk goed van voren die kasseienstroken opging, blijkt dat de knechten hun kopmannen naar de voorste gelederen van het peloton hadden gebracht. Mentsjov pakte zelfs kostbare tijd. Gesink, ongetwijfeld ook door zijn pijnlijke arm, zat verder naar achter en had daar zijn steun en toeverlaat Grisha Niermann bij zich.''

''Met andere woorden, niets is wat het lijkt. Aan de finish zag het er wellicht wat summier uit, maar je moet bedenken dat het oorlog is op weg naar zo'n kasseienstrook. Alles is geoorloofd om van voren te zitten. Als het de knechten dan lukt om Mentsjov tijd te laten winnen en Gesink redelijk schadevrij, dan hebben ze het goed gedaan. Ook al zien wij ze, voor de tv, niet.''

Gisteren 5 juli j.l. viel het mij op dat tijdens het rechtstreekse tourverslag via de TV de reporters zich afvroegen waar de renners zich op het parcours bevonden tijdens en na de grote valpartij. Het lijkt mij mogelijk om met de huidige digitale technieken in combinatie met de transponders op de fietsen en GPS de locaties van de betrokken renners zijn vast te stellen en derhalve zowel aan de reporters als aan het TV-publiek te presenteren. Of vraag ik teveel van de heren van de ASO.

Daarnaast vond ik het merkwaardig dan van de deskundigen op radio en TV geen opmerkingen maakten over de "oortjes etc.". Want zonder die communicatiemiddelen had Riis van de Saxobank via Cancellara niet het peleton zijn wil kunnen opleggen en waren er andere, wellicht interessantere, klassementen tot stand gekomen. Waar ligt de grens om dergelijke acties te doen? Wim Rovers

''Sommige grote ronden werken met transponders. Dat is om een zo eerlijk mogelijke tijdregistratie te krijgen. Er rijden te veel renners in het rond om altijd van iedereen exact de locatie te weten. Vooral ook voor de commentatoren. De Tour-directie weet met alle juryleden in het peloton juist heel goed waar iedereen rijdt.''

Over de oortjes is veel te doen. Zonder de oortjes kan een renner zo'n actie ook op touw zetten. Bernard Hinault was er een meester in het peloton zijn wil op te leggen. Het grappige is juist dat in de etappe naar Spa de oortjes enerzijds deze actie in gang trokken, en dus werkten, maar anderzijds totaal niet.''

''Rabobank-ploegleider Adri van Houwelingen riep tot vier maal toe zijn renners op te gaan rijden. Ze deden het niet. Op een cruciaal moment in deze Tour, op een moment dat zowel Robert Gesink als Denis Mentsjov tijd kon pakken op hun naaste concurrenten, luisterden ze wel naar een imponerende Zwitser en niet naar hun eigen baas.''

''De actie van Cancellara was ingegeven door ploegbelang. Hij wilde zijn kopmannen terug laten komen. Hij heeft samen met zijn ploegleider Bjarne Riis een slim spel gespeeld. De rest heeft zich laten ringeloren als een stel schooljongens die door een brutale hork in de hoek worden gezet.''

''In het wielrennen is veel toegestaan, ook al lijkt het soms oneerlijk. Het is een sport als het leven zelf. Wat vandaag een schande is, kan morgen wel. Cancellara deed succesvol een oneigenlijk beroep op de moraal van de rest. Een dag later reed hij zelf, met Andy Schleck in zijn wiel, hard door, toen veel concurrenten werden opgehouden door een valpartij. Het mag. Het kan. Het maakt de sport mooi. In het wielrennen help je een renner die kermend van de pijn op de grond ligt niet overeind, je geeft juist extra gas.''