Elke week beantwoordt de redactie van NUsport vragen van haar lezers over een actueel onderwerp uit de sportwereld. De vragen kunnen aan het begin van de week worden ingestuurd, de antwoorden zijn op donderdag terug te lezen in de rubriek 'Wat vraagt u NU?'

Deze week staat de redactie stil bij de play-offs in de mannenhoofdklasse van het hockey, die komen weekeinde beginnen. Hoofdredacteur Richard Plugge geeft antwoord.

Ik ben benieuwd of men (de spelers) met de nieuwe regels goed uit de voeten kan en of de spelers zelf ook nog een aantal spelregelaanpassingsvoorstellen (nieuw voor de Van Dale) hebben. Het hockey is natuurlijk de laatste zes jaar vele malen sneller geworden en ik vraag me af of het huidige spel met bijbehorende regels nog boeiend is voor de kijkers. Karim Midjek

Op hoofdklasse-niveau waren de spelers vrij snel gewend aan de nieuwe spelregels, zij zijn er dagelijks mee bezig. De spelers hebben geen spelregelaanpassingen voorgesteld. Over het algemeen houden spelers zich daarmee niet bezig.

De spelers waren dus snel gewend. Het waren ook weer niet zo veel nieuwe regels. De EHL is wat dat betreft een grotere proeftuin. De belangrijkste wijzigingen in het hockey zijn de selfpass (een speler mag bijvoorbeeld bij een vrije slag de bal zelf spelen en houden) en de regel dat de bal bij een vrije slag binnen de 23 meter niet rechtstreeks in de cirkel mag worden geslagen. Dat is nog wel te begrijpen.

Het hockey is de laatste jaren juist boeiender geworden dankzij de nieuwe regels. Vroeger werd bijvoorbeeld nog gefloten voor afhouden of buitenspel. Dat is verleden tijd. Daardoor wordt het spel veel minder vaak stilgelegd, er wordt minder gefloten. Het klopt dus dat het hockey sneller is geworden. Als je voor het eerst in een paar jaar weer eens gaat kijken, moet je even uitleg vragen en horen wat er is veranderd. Daarna kun je genieten van een snelle sport zonder veel oponthoud.

Ik vroeg mij af hoe het mogelijk is dat Bloemendaal de laatste jaren zo dominant heeft kunnen zijn in de competitie? Waarom zijn de overige clubs er niet in geslaagd dat gat te dichten? Is dat misschien omdat Bloemendaal met een veel groter budget werkt? Dennis Koens, Hilversum

Allereerst: het gat is minder groot dan je op basis van alleen de ranglijsten van de afgelopen jaren zou verwachten. Vergeet niet dat Bloemendaal twee keer in de derde wedstrijd van de play-offs heeft gezwijnd tegen Amsterdam, dat twee keer de winnende treffer op de stick had, maar het net niet kon afmaken.

Bloemendaal heeft wel de selectie voor een jarenlange heerschappij. Het speelt niet voor niets in het oranje. Bloemendaal is een belangrijke leverancier van het Nederlands team.

Belangrijker nog is dat Bloemendaal met Teun de Nooijer en Jamie Dwyer de beste spelers van de wereld in de gelederen heeft. En Rik van Kan en Roel Bovendeert (twee A-junioren) zijn de grootste talenten van Nederland.

Bloemendaal heeft de zaakjes tot nu toe voor de spelers ook financieel goed geregeld, geschat wordt dat Bloemendaal samen met Amsterdam en Rotterdam het hoogste budget heeft. Bloemendaal is vooral sterk in de organisatie. Het is er altijd rustig, het rommelt nooit er is weinig gedoe rond de selectie. Daar waar men bij Rotterdam en Amsterdam bijvoorbeeld nog wel eens rollend over straat wil gaan.

De komende jaren ligt er wel een kans om de hegemonie te doorbreken. Ook Bloemendaal heeft last van de recessie. Dwyer vertrekt al en er gaan geruchten dat meer spelers het veld vanwege de financiële malheur moeten ruimen. Of het team dat verlies met de jongelingen Van Kan en Bovendeert kan opvangen, moet volgend jaar blijken.

Nu komen eerst de play-offs nog. Laren is de eerste opponent en daarvan verloor Bloemendaal twee keer in de competitie. Bloemendaal zou Bloemendaal niet zijn als ze niet precies op tijd weer in vorm lijken te komen. De laatste weken laten ze een goede stijgende lijn zien.