AMSTERDAM - In de New York Times stond een stuk over Kevin Millar. (Klemtoon op LAR.) Deze sympathieke honkbalveteraan probeert tijdens spring training door te dringen tot het eliteteam van de Chicago Cubs. Vorig jaar speelde Millar nog voor de Toronto Blue Jays. Het was geen succes.

Hij had geen basisplaats en zijn slaggemiddelde was een magere .223. (Een beetje slagman slaat tussen de .270 en .280.) Als hij jonger was geweest zou hij het slechte seizoen misschien van zich af hebben kunnen laten glijden. Maar Millar is 38. Het is dus voor hem erop of eronder: de Cubs of zijn honkbalpensioen.

Onverzorgde uiterlijk

Millar speelde van 2006 tot en met 2008 voor de Baltimore Orioles. Hij was een opvallende verschijning door het contrast tussen zijn smetteloze en klassieke honkbaloutfit en zijn onverzorgde uiterlijk: ongeschoren, wilde manen.

Hij droeg T-shirts met de slogan COWBOY UP! en reed met zijn motor door de catacomben van het stadion. De boodschap was duidelijk: Millar liet zich de wet niet voorschrijven. Hij ontleende zijn prestige aan zijn vorige club.

Van 2003 tot en met 2005 vormde hij het hart van de Boston Red Sox. Hij stond aan de basis van het team dat in 2004 in de halve finales van de strijd om het landskampioenschap de New York Yankees versloeg en daarna de titel won. Iedereen bij de Orioles wist: deze man heeft een belangrijk aandeel geleverd in het doorbreken van de hegemonie van de Yankees. Hij is in het bezit van een ring – de ring die honkballers krijgen die de World Series hebben gewonnen.

Anders dan anderen

Dat kan tot gevolg hebben dat de sportman in kwestie naast zijn schoenen loopt en onuitstaanbaar gedrag vertoont, maar dat was bij Millar nou net niet het geval. Hij had weliswaar meer gepresteerd dan zijn teamgenoten, maar liet zich er niet op voorstaan. Hij was Kevin Millar: extravert, anders dan de anderen, een persoonlijkheid, en vooral gek op honkbal.

Respect voor de tradities van zijn sport bleek niet alleen uit zijn kleding maar ook uit de manier waarop hij de terreinknechten en scheidsrechters tegemoet trad: bondgenoten, medeacteurs in een traag maar groots en meeslepend theaterstuk, met ieder jaar maar liefst 162 opvoeringen.

Kenmerkend voor Millar was dat hij op een onverwachte vrije dag tegen het eind van het seizoen in Baltimore het vliegtuig nam naar Toronto om een wedstrijd van de Blue Jays bij te wonen. Op een moment dat veel honkballers snakken naar een dag zonder honkbal, zocht hij zijn sport juist op.

Afscheid

En dan nu de Cubs, als strohalm. Afscheid nemen van de sport die je heeft gevormd, die je je hele leven hebt gespeeld en een aanzienlijk deel daarvan op topniveau, voelt als een amputatie. Millar wil nog niet. Hij speelt desnoods zonder contract, is nog net geen bedelaar.

Hij weet dat hij voor een bijna onmogelijke opgave staat: bewijzen dat hij nog met de jonkies meekan. Dat honkbalervaring van onschatbare waarde is. Dat hij een katalysator is, een man die alleen al door zijn inspirerende aanwezigheid een losse verzameling honkballers tot een team weet te smeden. It’s a dogfight now, zei hij in de Times: "In theorie maak ik niet veel kans."

Sneuvelt in trainingskamp

De honkballer Kevin Millar sneuvelt in het trainingskamp. Die kop boven een artikel in het sportkatern wil ik over enkele weken niet lezen. Millar en de Cubs zijn immers voor elkaar in de wieg gelegd.