AMSTERDAM - In september 1891 werd het Franse volk massaal verliefd op het wegwielrennen. En sindsdien is die passionele wielerliefde van de Fransen eigenlijk nooit overgegaan.

De oorzaak van de grote doorbraak van het wegwielrennen, was de eerste editie van de marathonklassieker Parijs-Brest-Parijs. Deze wedstrijd was maar liefst 1200 kilometer lang.

Ter vergelijking: dat is vier maal zo lang als Milaan-San Remo, wat tegenwoordig de langste klassieker is die nog door profs wordt verreden.

Charles Terront won de eerste editie van Parijs-Brest-Parijs. Hij bereikte de finish na ruim 71 uur, zonder onderweg te slapen.

Mediahype

Rond die wedstrijd ontstond een enorme mediahype. Nog maanden na deze koers stonden er in Franse kranten uitgebreide nabeschouwingen, waarin de heldendaden van de deelnemers werden bewierookt.

Parijs-Brest-Parijs werd eens in de tien jaar verreden. In 1901 beloofde de tweede editie een strijd te worden tussen de grootste coureurs van die tijd: Lucien Lesna, Hippolyte Aucouturier en Maurice Garin. Uiteindelijk won Garin.

Twee jaar later zou deze Fransman ook de eerste Tour de France winnen. Helaas voor Parijs-Brest-Parijs zou die nieuwe etappekoers al snel de marathonklassieker overtreffen, in de strijd om de titel ‘De Grootste Wielerwedstrijd Ter Wereld’.

In 1931 werd Parijs-Brest-Parijs voor de vijfde keer verreden. In de aanloop naar deze editie kostte het de organisatie veel moeite om toprenners over te halen, om te starten in deze uitputtingskoers, die vanzelfsprekend een specifieke voorbereiding vereiste.

Opperman

Uiteindelijk had deze editie toch nog een sterk deelnemersveld, met ondermeer de ex-Tourwinnaars Nicolas Frantz en Maurice De Waele. De favoriet was echter een Australische specialist in lange afstandswedstrijden: Hubert Opperman.

In 1928 was deze kilometervreter naar Europa gekomen. Dat jaar beleefde hij zijn grote doorbraak tijdens de Bol d’Or. De opzet van deze befaamde baanwedstrijd was simpel: welke wielrenner kan in 24 uur de grootste afstand afleggen?

Opperman had meermaals af te rekenen met zware materiaalpech. Waarschijnlijk had een concurrent beide fietsen van de Aussie laten saboteren. Hij stapte daarom op een fiets die hij van zijn tolk leende. Na een urenlange inhaalrace slaagde de Australiër er toch in om de Bol d’Or te winnen.

Hubert Opperman maakte in 1928 zoveel indruk op de Franse sportliefhebbers, dat zij bij de verkiezing van de sportman van het jaar zo waar genezen leken van hun hardnekkige chauvinisme: ze verkozen de Aussie boven de Franse tennisheld Henri Jean Cochet.

Opperman reed ook meermaals de Tour de France, met als beste resultaat een 12e plek in het algemeen klassement in 1931. De Australiër vond ‘dat Franse rondritje’ als wedstrijd echter niet erg interessant. Opperman was één van de weinige renners uit de wielerhistorie die meermaals klaagde, dat de etappes in de Tour veel te kort waren.

Sportman van het jaar

De Australiër zag de Tour in 1931 puur als een betaald trainingskamp voor zijn hoofddoel: Parijs-Brest-Parijs. Dat wierp z’n vruchten af: hij zou de marathonklassieker inderdaad winnen.

Hoe groot de prestige van Parijs-Brest-Parijs op dat moment nog steeds was bij het grote publiek, bleek uit het feit dat Opperman op basis van die overwinning wederom werd verkozen tot sportman van het jaar.

Dat zelfs de afstand van Parijs-Brest-Parijs voor Opperman nog geen erg grote uitdaging was, bleek eind jaren ’30.

Toen vestigde hij in zijn vaderland recordtijden op de marathonritten Perth-Adelaïde (2724 km), Perth-Melbourne (3498 km), Freemantle-Sydney (4402 km) en Perth-Sydney (4625 km).

Weinig interesse

In 1941 werd Parijs-Brest-Parijs vanwege de oorlog niet verreden. Vervolgens werd de koers nog tweemaal, in 1948 en 1951, door de profs gereden.

Hierna waren er nog wel pogingen om een volgende prof-editie van Parijs-Brest-Parijs te organiseren, maar in de profwielerwereld bleek er, zowel bij renners als bij sponsoren, nog maar bar weinig interesse te bestaan voor deze verschrikkelijke uitputtingstocht.

Tegenwoordig bestaat er nog wel een recreanten-versie van deze monsterlijke klassieker. Die wordt om de vier jaar georganiseerd. Veel wielerrecreanten zien het als een ultiem doel om deze klassieker uit de oertijd van de wielersport éénmaal in hun leven te volbrengen.

De volgende recreanten-editie van Parijs-Brest-Parijs staat in 2011 op de kalender.