Lars Boom kan heel hard trappen. Maar hij kan nog één ding veel beter: lamlullen. Niets doen. Vervelen. Gapen.

Veel mensen denken dat wielrennen snot voor de ogen, brandende longen en melkzuur in de benen is. Klopt niks van. Wielrennen is luiwammesen. Ik heb het nog eens opgezocht in het Wielerwetboek.

Artikel 1: Ga zitten als je niet hoeft te staan.
Artikel 2: Ga liggen als je niet hoeft te zitten.
Artikel 3: Winnen doe je in bed.

Dat klinkt als iets dat iedereen kan. Maar het is veel moeilijker dan het lijkt. Een uurtje lamzakken kan iedereen. Een ochtendje uitslapen zit er bij de meesten ook nog wel in. Maar probeer maar eens de hele dag niets te doen. En dan morgen weer. En overmorgen. En de dag daarna.

Gaap.

Wereldkampioen

Lars Boom is Wereldkampioen Nietsdoen. Hij hangt hele dagen op de bank in de huiskamer. Gapend. Benen languit, ogen halfdicht, slap ouwehoerend over van alles en nog wat.

Hij verlaat zijn hangplek alleen om dutjes te doen in zijn bed. Zelf noemt hij zijn dagbesteding 'lamlullen'. Dat moet een soort samenvoegsel zijn van lamzakken, lullen en lanterfanteren. Lars heeft lamlullen verheven tot kunst.

Gaap.

Schema

Ik heb ooit geprobeerd een dag mee te lopen in het strakke lamlul-schema van Kampioen Nietsdoen. We begonnen rond koffietijd met een uurtje zappen. Essentieel bij lamlullen is dat je nooit langer dan dertig seconden blijft hangen bij een bepaalde zender.

Meer dan oppervlakkig mag het nooit worden. Op het moment dat je geïnteresseerd raakt in een spelshow, een documentaire of een Tell Sell-product ben je verloren. Interesse kost energie.

Ander belangrijk element van lamlullen: de telefoon. Sms'sen sturen naar je hele telefoonbestand is van levensbelang. Korte telefoongesprekken ook. Maar let op: die mogen nooit langer duren dan die halve minuut. Na 'Alles goed?' 'Ja, best hoor' en 'Groetjes' moet er worden opgehangen.

Verder: sla liters thee met veel suiker achterover en eet de hele dag dropjes en kaakjes. En gaap veel. Elke keer als Lars gaapte, gaapte ik met hem mee.

Gaap.

Kapot

Tegen vier uur 's middags was ik kapot. Ik trok het niet meer. Blaren op mijn sms-duim, een kaakverrekking van het gapen en doorligplekken op mijn rug. Mijn brein schreeuwde om prikkels, mijn benen smeekten om actie en mijn longen om brand.

Lars leek nergens last van te hebben. Hij ouwehoerde zo slap als een vaatdoek en zapte nog maar eens een paar rondjes. Toen hij voor de achtste keer binnen tien minuten langs een herhaling van Lingo schakelde, gaf ik het op. Ik zei: 'Ik ga naar huis.' Lars: 'Mooi. Denk dat ik een dutje ga doen.'

Gaap.

Bed

Lars zit deze week op de fiets op een weg tussen Parijs en Nice. Wat hij doet als hij niet op de fiets zit, is niet moeilijk te raden. Hij lamlult op een hotelbed, zappend langs Franse tv-zenders.

Zijn telefoon gaat onophoudelijk. Hij verveelt zijn dag vol. De gele leiderstrui ligt onder zijn hoofdkussen. Aan zijn voeteneind de wereld.

Gaap.