‘Als de Schepper met eigen hand een ideale sprinter had willen maken, zou hij een man hebben geschapen naar het model van Moeskops,’ zo schreef in 1924 een journalist van de Franse krant l’Intransigeant.

Indertijd was de sprint op de baan nog het onbetwiste koningsnummer van de wielersport. Piet Moeskops was in de jaren ‘20 de grote heerser op dit onderdeel. Vijfmaal werd hij wereldkampioen. In 1929 publiceerde Joris van den Bergh, de godfather van de Nederlandse sportjournalistiek, zijn legendarische boek over Moeskops: ‘Te Midden Der Kampioenen’.

Omdat dit meesterwerk al bijna dertig jaar niet meer was herdrukt, besloot de redactie van De Muur om de 27e aflevering van dit literaire wielertijdschrift niet te vullen met nieuwe wielerverhalen, maar met een herdruk van deze biografie.

Natuurtalent

Piet Moeskops was volgens Joris van den Bergh een geweldig onderwerp voor een biografie, omdat hij niet alleen fysiek gezien een natuurtalent was, maar ook op tactisch en psychologisch vlak een superieure sporter was.

In dit boek wordt uitgebreid beschreven, hoe Moeskops de sterke en zwakke punten van zijn tegenstanders bestudeerde en vervolgens dankzij allerlei geniale tactische plannen de grote wedstrijden won

Daarbij moet echter wel worden opgemerkt, dat Van den Bergh de neiging had om in zijn beschrijvingen van de wedstrijden, de rol van zowel de tactiek als de psychologie wat groter te maken, dan die in werkelijkheid was. Vaak won Moeskops immers niet zozeer dankzij zijn tactiek, maar doordat hij simpelweg het hardst kon fietsen.

Theorieën

Dat Van den Bergh overdreef als het om tactiek en psychologie ging, kwam niet alleen doordat hij de lezer ervan wilde overtuigen dat zijn held, Piet Moeskops, de geniaalste tacticus was die ooit op aarde had rondgefietst.

Hij overdreef ook omdat hij in zijn wedstrijdverslagen erg graag wilde ‘bewijzen’, dat allerlei theorieën klopten, die hij over topsport had bedacht. Joris van den Bergh vond dat indertijd te veel mensen ten onrechte dachten dat topsport ‘stompzinnig spiergebruik’ was.

Volgens hem was de rol van ‘het brein van de topsporter’ juist zeer groot. Over zijn psychologische theorieën zou Van den Bergh nog uitgebreider schrijven in zijn andere meesterwerk: ‘Mysterieuze Krachten In De Sport’.

Bevriend

Dat ‘Te Midden Der Kampioenen’ een geweldig boek is, komt mede doordat de lezer van zeer dichtbij één van de grootste Nederlandse sporters aller tijden kan meemaken. Joris van den Bergh en Piet Moeskops waren erg goed met elkaar bevriend.

De journalist en de wielrenner reisden regelmatig samen naar de grote wedstrijden. Van den Bergh leefde op wedstrijddagen vaak zo intensief mee, dat het leek alsof hij de coach van Moeskops was.

In zijn beschrijvingen van zijn avonturen met Moeskops is Van den Bergh vaak opvallend openhartig. Een beroemde scène speelde zich af tijdens het WK van 1926. Moeskops was toen zwaar gehavend door een valpartij.

Cocaïne

Hij voelde zich zo ellendig dat hij niets wilde eten. Van den Bergh en de Italiaanse verzorger van Moeskops hebben toen een complot gesmeed. Ze hebben de renner aangezet om een kom met warme melk te drinken.

Moeskops, die volgens Van den Bergh beslist geen liefhebber van doping was, wist niet dat hier ‘een flinke dosis cocaïne’ in zat. (Hierbij moet overigens worden aangetekend dat er indertijd nog niet op doping werd gecontroleerd.)

Deze magische melk werkte blijkbaar zeer goed: Moeskops werd ineens weer wonderbaarlijk fit en won het WK.

Titel: Te midden der kampioenen
Auteur: Joris van den Bergh
Pagina’s: 208
De Muur Special, Wielertijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, nummer 27
Uitgeverij: L.J. Veen

Bestel dit boek op Sportgeschiedenis.nl