RIJSWIJK - De Nederlandse Dopingautoriteit gaat in beroep tegen de vrijspraak van voormalig topatleet Simon Vroemen.

De veelvoudig Nederlands kampioen werd vorige week door het Instituut voor Sportrechtspraak (ISR) vrijgesproken van het gebruik van het anabole middel metandiënon.

De verboden stof werd in juni 2008 in een urinemonster van Vroemen gevonden. De inmiddels 40-jarige Vroemen had zich gekwalificeerd voor de olympische 3000 meter steeple chase in Peking en liet zich na de race testen om zijn gelopen limiet geldig te krijgen.

Labaratorium

Daarbij werd de verboden stof in de A- en B-staal aangetroffen. Vroemen voerde in zijn verdediging diverse bezwaren aan tegen de door de Dopingautoriteit en het laboratorium gevolgde procedure en de daaraan verbonden conclusies.

De tuchtcommissie van het ISR oordeelde dat er fouten waren gemaakt bij het testen en sprak Vroemen vrij.

Dopingautoriteit

Volgens Herman Ram van de Dopingautoriteit heeft de tuchtcommissie daarbij de testprocedures afgezet tegen een eigen norm, die afwijkt van de geldende norm van de mondiale antidopingautoriteit WADA.

De Dopingautoriteit concludeert dat het oordeel in de zaak-Vroemen onbegrijpelijk en onaanvaardbaar is. ''Het dopinglaboratorium heeft geheel volgens de toepasselijke regelgeving gehandeld en er is geen sprake van relevante onvolkomheden in de procedure'', stelt de Dopingautoriteit vast.

Geloofwaardigheid

"Dit kan verregaande consequenties hebben voor de Nederlandse sport'', reageerde directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit woensdag. 

Hij stelt verder vast dat de Nederlandse tuchtcolleges veelal lager straffen dan in de ook door Nederland onderschreven World Anti-Doping Code is vastgelegd.

Integriteit

''De integriteit van de tuchtrechtspraak in Nederland en de geloofwaardigheid van het anti-dopingbeleid staan op het spel.'' Omdat het dopinglaboratorium zelf geen beroepsmogelijkheid heeft, legt de Dopingautoriteit de uitspraak voor aan de Commissie van Beroep van het ISR