SUZUKA - De Duitse coureur Michael Schumacher heeft zondag op de Grand Prix van Japan de wereldtitel behaald. Het is daarmee zijn zesde wereldtitel in de Formule 1. Nooit eerder won een autocoureur zes titels in de hoogste raceklasse.

De Duitse Ferrari-rijder won twee weken geleden nog de Grand Prix van Indianapolis. Voor de wereldtitel had hij zondag al genoeg gehad aan een achtste plaats en één punt. Schumacher was niet de snelste in Suzuka. Dat was de Braziliaan Rubens Barrichello, ook in een Ferrari.

Onbetwiste koning der racers

Met de zesde wereldtitel formule 1 achter zijn naam is Michael Schumacher de onbetwiste koning aller autoracers. Op -jarige leeftijd is de Duitser de legendarische Juan Manuel Fangio voorbij gesneld. De Argentijn won in de oertijd van de snelste auto's vijf wereldtitels.

Nog is de kopman van Ferrari niet verzadigd, want hij heeft besloten tot 2006 door te gaan. Wie hem een beetje kent, weet dat hij niet op het tweede plan zal uitbollen.

Het behalen van de zesde wereldtitel was een prestatie van formaat. Het formule-1-wereldje wierp vóór dit seizoen allerlei obstakels op ter voorkoming van een heerschappij als vorig jaar. In behaalde hij elf triomfen en was hij halfweg het seizoen al onaantastbaar.

Bewondering

Dit jaar was het veel moeilijker omdat alle coureurs maar één ronde hadden voor kwalificatie en nog een reeks technische beperkingen opgelegd kregen. De maatregelen brachten de kleinere teams dichterbij de grote (rijke) renstallen. Het nieuwe seizoen kreeg inderdaad een veel spectaculairder verloop. De wereldwijde belangstelling, danig ingekrompen door de hegemonie van de testarossa's, nam weer enorm toe. Uiteindelijk was de uitkomst hetzelfde, stond weer Schumacher met de kroon op zijn hoofd. Hoe hij zich door de hindernissen heenwerkte verdiende grote bewondering.

Pas in de vierde wedstrijd (van de 16), San Marino op Imola, behaalde hij de eerste overwinning. Pas toen hij daar nog twee Grand Prix achteraan won (Spanje en Oostenrijk) begon hij pas weer te geloven in de zesde wereldtitel. Na een serie van vijf Grand Prix zonder winst, rees weer twijfel in zijn hoofd. Zijn vechtlust verdween echter nooit. Tegen het einde van het lange seizoen kantelde hij met puntgave triomfen in Monza, het thuis van Ferrari, en in Indianapolis, het wereldkampioenschap zijn kant op.

Op het Japanse Suzuka, een van zijn favoriete circuits in de wereld waar hij eerder vijfmaal zegevierde, had hij nog slechts één punt nodig in het geval zijn Finse concurrent Kimi Raikkonen zou winnen. Michael Schumacher werd op 3 januari 1969 in Kerpen geboren. In reed hij al gemotoriseerd, in een skeltertje. Dit knulletje zou uitgroeien tot de grootste autocoureur aller tijden. Als -jarige won hij het Duits kampioenschap kart. Via de Formule Ford en Formule 3 belandde hij in de formule 1. In de Grote Prijs van België maakte hij in 1991 zijn debuut, in een Jordan. Precies een jaar later behaalde hij daar, in een Bennetton, zijn eerste overwinning in de formule 1.

Overstap naar Ferrari

Zijn eerste wereldtitel behaalde hij in 1994, het jaar dat de Braziliaan Ayrton Senna verongelukte op Imola in de Grote Prijs van San Marino. Hij prolongeerde het wereldkampioenschap in 1995 voor Bennetton en maakte daarna de overstap naar Ferrari. Het eerste seizoen bij Ferrari verliep moeizaam, maar na eindeloze testen en veel botsingen met concurrenten - verbaal en letterlijk - drong hij na vier jaar weer tot de top door, om daar lang te blijven: wereldkampioen in 2000, 2001, 2002 en 2003. Hij heeft nu alle records op zijn naam staan, zoals de meeste Grand Prix-zeges. Wat er ook werd bedacht, Schumacher bleef de formule 1 dicteren.