Het was tot in de puntjes geregisseerd door een voormalige woordvoerder van het Witte Huis. En toch klonk de publieke biecht over zijn gebruik van stimulerende middelen van ex-tophonkballer Mark McGwire eerder deze week oprecht: "Terugblikkend, zou ik willen dat ik nooit in het steroïdentijdperk had gespeeld."

Oprecht én deterministisch, alsof iedereen die net als McGwire de pech had tussen de late jaren ’80 van de vorige eeuw en de eeuwwisseling aan profhonkbal te doen geen andere keus had dan naar de naald te grijpen. Niets was natuurlijk minder waar. Niet iedereen bezweek voor de verleiding, maar McGwire nadrukkelijk wel.

Schokkend? Na alle voorgaande verklaringen van honkballers van zijn generatie was misschien alleen opmerkelijk dat McGwire zo lang gebruikte: pakweg tussen 1993 en 2001. Bijzonder was ook dat hij zijn eigen homerunrace van 1998 tegen Sammy Sosa met zoveel woorden als vals spel omschreef.

Dominante speler

McGwire was van de late jaren tachtig tot en met de eeuwwisseling een dominante speler, eerst voor de Oakland Athletics, later voor de St. Louis Cardinals. Met de 70 ballen die hij in 1998 de tribunes insloeg verpulverde hij het record van Roger Maris: 61 homeruns in 1961. Bij wijze van boetedoening bood McGwire daarvoor nu zijn excuses aan aan de weduwe van Maris.

Hij vertelde haar telefonisch dat hij het record van haar echtgenoot met behulp van anabole steroïden had gebroken. (Sosa heeft zich nooit publiekelijk over zijn honkbalverleden uitgelaten. Maar de 66 homeruns die hij in 1998 sloeg zijn waarschijnlijk net zo ‘besmet’ als die van McGwire. Vorig jaar werd bekend dat Sosa in 2003 positief testte voor stimulerende middelen.)

Spijt

Nu heeft hij spijt. ‘Belachelijk,’ noemde hij met terugwerkende kracht het gebruik van steroïden. Een enkele journalist wees erop dat hij waarschijnlijk geen berouw heeft van de bijna 75 miljoen dollar die hij mede dankzij het gebruik van dope verdiende tijdens zijn honkbalcarrière.

Anderen wezen op de context van zijn bekentenis; om aan de slag te kunnen als hitting coach van de Cardinals moest hij zijn zonden uit het verleden opbiechten. Anders was hij als een paria behandeld.

Waarom?

Waarom deed hij het? Omdat hij geblesseerd was, zei hij. McGwire is niet de eerste die dit argument aanvoert. Werper Any Pettitte en vedette Alex Rodriguez gingen hem voor. Achterliggende boodschap: steroïdengebruik was weliswaar verboden (tot 2003 niet strafbaar) maar ook begrijpelijk.

De honkballers hoopten hun rentree op de velden ermee te bespoedigen. Als ze al de fout ingingen, was dat omdat ze te gretig waren. Ze deden het uit brandende liefde voor hun sport. Punt is alleen dat McGwire hier wat heeft uit te leggen.

Zelfvertrouwen

In zijn opmerkelijke boek Juiced uit 2005 schreef voormalige honkballer Jose Canseco dat McGwire stimulerende middelen gebruikte om zijn zelfvertrouwen op te krikken. Canseco weet waar hij over schrijft: eind jaren ’80 en begin jaren ’90 vormde hij een gevreesd duo met McGwire bij de Oakland Athletics. Ze werden de Bash Boys genoemd, vanwege de vele rake klappen die ze uitdeelden.

Volgens Canseco begon McGwire met steroïden omdat hij destijds niet lekker in zijn vel zat. Hij was verlegen en graatmager toen hij doorbrak als honkballer. Stimulerende middelen zouden voor hem een geslaagde therapie zijn geweest, voor lichaam en geest. Dat hij er ook nog eens meer homeruns door sloeg was een bijkomstig voordeel.

Vergezocht? Daar leek het aanvankelijk wel op. Na de publicatie van zijn boek werd Canseco als een fantast weggezet. Vijf jaar later blijkt dat hij de steroïdencultuur in zijn sport treffend heeft beschreven. Canseco was een schelm, dat zeker, maar ook een klokkenluider.

Sympathie

McGwire zei deze week dat hij in 1993 begon met het gebruik van dope, vijf jaar later dan Canseco ons wil doen geloven. En dan niet bij wijze van therapie, maar om het herstel van een blessure te bespoedigen. Wie heeft gelijk?

Voor McGwire is het te hopen dat zijn geheugen hem niet in de steek laat. Een topsporter die zijn eigen biecht moet corrigeren kan zacht gezegd op weinig sympathie rekenen.