In zijn jonge jaren was Eric de Vlaeminck een fervente turner. Zijn vader was echter een fanatieke wielrenner en pushte Eric om ook wielrenner te worden.

Tot zijn tevredenheid zag vader De Vlaeminck vervolgens dat zoonlief zeer regelmatig op pad ging met zijn racefiets. Eric deed onderweg echter vaak andere dingen dan je van een trainende wielrenner zou verwachten.

Eigenlijk bleef hij zijn vroegere sport trouw: hij gebruikte zijn fiets als een soort turntoestel, om acrobatentoeren mee uit te voeren.

De jonge De Vlaeminck probeerde bijvoorbeeld zo ver mogelijk op zijn achterwiel te fietsen. Hij hield er ook van om met zijn fiets over zoveel mogelijk hindernissen te springen die hij onderweg tegenkwam, van stoepranden tot en met boomstammen. Soms reed naar de spoorbaan, om daar als een fietsende evenwichtskunstenaar te proberen om zo ver mogelijk over één rail te fietsen.

Talent

De eerste wegwielerwedstrijden die Eric de Vlaeminck reed waren geen succes, al zat er tijdens zijn eerste wegseizoen wel duidelijk progressie in. Dat zijn grote talent elders lag, bleek toen hij voor het eerst een veldrit reed.

Zijn concurrenten keken verbijsterd naar zijn techniek. Hij kon bij allerlei hindernissen op de fiets blijven zitten, waar alle andere renners moesten afstappen. Tijdens zijn eerste veldritseizoen pakte hij al vijf zeges.

In 1966 won hij op pas 20-jarige leeftijd als eerste Belg de wereldtitel in het veldrijden. Van 1968 tot en met 1973 was de veldritwereld geheel in de ban van de heerschappij van Eric de Vlaeminck: zesmaal op rij won hij de wereldtitel bij de profs. Een ongekend record.

Hyperpopulair

Dankzij de successen van Eric de Vlaeminck, maar ook van zijn jongere broer Roger de Vlaeminck en hun eeuwige rivaal, Albert ‘Berten’ van Damme, werd veldrijden rond 1970 hyperpopulair in Vlaanderen.

Later bleek Eric de Vlaeminck ook als coach over magische kwaliteiten te beschikken. Toen hij in de jaren ’90 de bondscoach van de Belgische veldrijders werd, legde hij de basis voor een nieuwe bloeiperiode van het Vlaamse veldrijden, die heden ten dage nog steeds voortduurt.

De Vlaeminck leidde de jonge Vlaamse crossers op tot evenwichtskunstenaars op de fiets. De succesvolste tovenaarsleerling was Sven Nys, die net als zijn meester de kunst beheerst om bij allerlei hindernissen op de fiets te blijven zitten, waar al zijn concurrenten er af moeten.

Ongekend

De resultaten die De Vlaeminck als bondscoach boekte, waren ongekend goed. Het is zelfs gebeurd dat de tien Vlamingen die mee mochten doen aan een wereldbekerwedstrijd, op plek één tot en met tien eindigden.

Na een conflict met de Belgische bond kwam er in 2002 een einde aan de regeerperiode van De Vlaeminck als bondscoach. Daarna verdween hij nooit helemaal uit het veldrijden. Via columns in de krant gaf hij zijn visie op de ontwikkelingen in de veldritwereld. Daarnaast ging hij Niels Albert begeleiden om hem ‘de acrobatie op de fiets’ te leren.

Hoewel De Vlaeminck al bijna vijfenzestig jaar is, is zijn techniek nog steeds verbazingwekkend goed. Dat bewees hij een jaar geleden toen hij de All Stars-wedstrijd in Middelkerke reed, tegen andere ex-toppers die soms ruim twintig jaar jonger waren. Eric de Vlaeminck won.