Hij komt niet. Nu niet. Volgende week niet. Nooit niet. De koorts is zo hoog opgelopen dat patiënt Elfstedentocht is overleden.

Eén week vorst was het leuk. Iedere dag Erik Hulzebosch op tv, Piet Paulusma praatte weerbericht na weerbericht vol met aaaaaanhoudunduh vorsjjjjtperioooowdes en de vacht van de kat van Henri Ruitenberg was heel even nationaal nieuws.

Cameraploegen naar Friesland, een leger sensatiezoekers erachteraan, de bejaarde overlevenden uit de Hel van ’63 werden uit hun winterslaap getrokken om hun verhaal nóg maar een keer te vertellen. Hiep hiep hoera: we hadden koorts en dat vierden we!

Rayonhoofden

Na die ene week was de gein eraf. De rayonhoofden zijn ondergedoken om niet te worden doodgeïnterviewd, de voorzitter van de Elfstedenvereniging heeft ruzie met zijn vrouw omdat er nog drie emmers ongeschilde piepers staan en het dialect van Erik Hulzebosch begint hoe langer hoe meer te lijken op een cirkelzaag.

Maar hoe vaak de Friese organisatie ook zegt dat het niet hard genoeg vriest of dat er teveel sneeuw ligt: het helpt niets. De koorts gaat niet over.

Schaatswedstrijd

Ooit was de Elfstedentocht een schaatswedstrijd; een paar mannen op doorlopers op het ijs, toeschouwers langs de kant die ‘hoezee’ en ‘zet ‘m op’ riepen. Da’s lang geleden. Een schaatswedstrijd is het allang niet meer. De Elfstedentocht is veranderd in een nationale carnavalsoptocht. Rare hoedjes op, oranje bontjas aan en zuipen maar – alaaf!

Dat er ook nog wordt geschaatst is van secundair belang. Ik durf te wedden dat de helft van de hossende menigte langs de kant nog geen drie marathonschaatsers uit het hoofd weet op te noemen. En zeker niet met een fles Jägermeister of een sloot glühwein achter de kiezen.

Hoe langer de tocht niet wordt gehouden, hoe gekker het wordt. De vorige afleveringen worden met het jaar mooier en heroïscher, de hunkering naar een collectieve carnavalsdag groter. We zijn een ballon waar elk jaar een beetje extra lucht in wordt gepompt – als we straks een keer worden losgelaten, vliegen we ffffffffffffbbbbrrrppp alle kanten op. Wat er achter blijft is een verschrompeld hoopje plastic.

Niet organiseren

De Friese organisatie heeft groot gelijk dat ze de Elfstedentocht niet organiseren. Twee (drie? vier?) miljoen zuipende westerlingen op bezoek? Liever niet. Honderden weilanden veranderd in één grote parkeerplaats? Nou nee. Schadeclaims aan de broek vanwege het tekort aan strooizout, EHBO-posten en sneeuwruimers? Laat maar zitten.

Anno 2010 moet alles worden overgeorganiseerd. Je moet mensen vertellen dat ze water moeten drinken als ze een stuk wandelen in de zon rond Nijmegen, voetbalwedstrijden worden afgelast omdat het publiek zichzelf anders te pletter rijdt op weg naar het stadion, toeristische mountainbikeraces en halve marathons gaan niet door omdat er iets wits uit de lucht komt vallen.

Heroïsche editie

Afgelopen weekend had die Elfstedentocht natuurlijk prima kunnen worden gehouden. IJs, sneeuw en een hoop klunen: het was een heroïsche editie geworden. Maar wel eentje waarbij dooien en gewonden waren gevallen.

En waarbij Sven Kramer zich niet had kunnen inhouden – die was zonder nadenken uit Hamar teruggekomen om zijn olympische titels te hypothekeren met 200 kilometer zwoegen over sneeuwijs. Ze zijn niet gek, daar in Friesland. De carnavalsvierders worden vriendelijk verzocht zichzelf dit jaar te ontluchten in Vancouver of Zuid-Afrika.

Laten we maar ijlen over oude Elfstedentochten. Over een oude hel, een prehistorisch bruggetje bij Bartlehiem, over nostalgisch dokkeren over de Bonkevaart. Over een ver verleden waarin de Tocht der Tochten nog leefde. Want it giet nooit meer oân.