Football is al enkele jaren de populairste sport van Amerika. Dat geldt zowel voor de NFL, de profliga, als voor college football, de studententak van de sport. Het is een typisch Amerikaans fenomeen: universiteiten met prestigieuze teams trekken wekelijks tienduizenden toeschouwers.

Hun stadions doen in grandeur en capaciteit niet onder voor die van de profs. De studenten verdienen weliswaar niets, maar ze zijn de big men on campus: halfgoden die buiten het stadion in de watten worden gelegd. Anders gezegd: als student hoeven ze niet te schitteren. Hun academische prestaties zijn (meestal) ondergeschikt aan hun atletisch vermogen.

De status van college football blijkt ook uit de salarissen van de trainers. Goede universiteitscoaches verdienen miljoenen dollars per jaar, niet of nauwelijks minder dan hun collega’s in de profliga.

Trainers die jaar in jaar uit bovengemiddeld presteren worden door de media op de voet gevolgd. Het zijn generaals, die hun manschappen drillen en tijdens wekelijkse veldslagen tegen andere universiteitsteams naar de overwinning leiden.

Ontslag

Het ontslag, in december, van twee trainers van succesvolle universiteitsteams was dan ook groot nieuws. Begin december werd Mark Mangino van de Kansas Jayhawks de wacht aangezegd. Eind december werd de verbintenis van Mike Leach met de Texas Red Raiders beëindigd. Mangino en Leach zijn niet alleen succesvol, ze gelden ook als marante persoonlijkheden in een beroepsgroep die daaraan toch al geen gebrek heeft.

Mark Mangino is vanwege zijn moddervette postuur en norse voorkomen een bijna karikaturale trainer, geknipt voor een rol in een film over een college footballteam. Dit najaar stapelden de bewijzen zich op dat hij zijn spelers vernederde door vertrouwelijke informatie tijdens groepsgesprekken openbaar te maken.

Een van hen had opgebiecht dat zijn vader een alcoholist is. Tijdens een wedstrijdbespreking wierp Mangino hem daarop voor de voeten dat hij zijn stinkende best moest doen, omdat hij anders wel eens als alcoholist in de goot zou kunnen eindigen, als zijn vader.

Piratennest

Mike Leach ziet zichzelf als roverhoofdman en zijn spelers als een piratennest. Hij raakte in problemen nadat hij een van zijn piraten belachelijk maakte. Een speler met een hoofdblessure die niet aan de training mee kon doen moest van hem in een donker materiaalhok plaatsnemen. Boodschap: als hij de pijn niet kan verdragen hoeft hij ook niet langs de kant te zitten. Weg ermee, naar het materiaalhok.

Nog niet zo lang geleden zouden beide voorvallen het prestige van Mangino en Leach niet hebben beschadigd. College football werd gezien als een wrede sport. Trainers hadden tot taak middelbare scholieren om te vormen tot warriors. Hoe ze dat deden was hun zaak; het sprak zelfs in hun voordeel als ze de grens tussen disciplinering en mishandeling van hun ‘materiaal’ verkenden.

Veranderd klimaat

Inmiddels is het klimaat veranderd. Hoofdblessures worden sinds kort zeer serieus genomen, nu uit onderzoek is gebleken dat voormalige footballspelers net als oud-boksers een verhoogde kans hebben op blijvend hersenletsel en zelfs op vroegtijdige dementie. Een footballspeler met hoofdpijn is niet langer een gebutste strijder, maar een patiënt.

Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen trainer en spelers. Vernederen en straffen viel voorheen onder de noemer kweken van karakter. Tegenwoordig wordt het gezien als (verbal) abuse. De spelers pikken het niet langer, en zoeken contact met de pers. Daarvan is Mangino het slachtoffer geworden.