In 1934 moest het WK wielrennen in Leipzig één groot propagandafeest worden voor het Nazi-regime. Bij de huldigingen brachten de Duitse renners, officials en toeschouwers de Hitlergroet. Tot grote ergernis van de Nazi’s weigerde echter één Duitse wielerheld om ter ere van de Führer zijn arm te heffen: Albert Richter.

Deze baanrenner, die tijdens dit WK brons won op de sprint, walgde van Hitler en zijn aanhangers. Dat liet hij vaker blijken.

Tijdens internationale wedstrijden weigerde hij meermaals om het officiële tenue van het nationale team te dragen, omdat daar de door hem verafschuwde hakenkruizen opstonden.

Aan zijn buitenlandse collega-renners legde Richter uit dat de regering van Het Derde Rijk één grote ‘Verbrecherbande’ was, oftewel een bende misdadigers.

Untermensch

Albert Richter maakte van dichtbij de eerste gevolgen mee van de antisemitische maatregelen van de Nazi’s. Hij had namelijk een joodse manager, Ernst Berliner, die ook één van zijn beste vrienden was; ze deelden ondermeer een grote passie voor muziek.

Nadat Hitler aan de macht kwam, zag Richter dat Berliner op allerlei manieren werd behandeld als een ‘untermensch’. Joden kregen geen licentie meer om tijdens Duitse wielerwedstrijden renners te begeleiden.

Richter besloot om voortaan zo veel mogelijk in het buitenland te koersen en nog maar weinig in Duitsland. Parijs leek zijn nieuwe woonplaats te worden. Wel deed Richter jaarlijks mee aan het Duits kampioenschap sprint voor professionals. Daarin was hij oppermachtig: van 1933 tot en met 1939 won hij elk jaar de titel.

Provocaties

Andere Duitse renners en managers die zich wel fanatiek schaarden achter het vaandel van Hitlers Duizendjarig Rijk, ergerden zich aan de provocaties van Richter. Waarom werd die ‘Judenfreund’ niet harder aangepakt door de Duitse wielerbond, of door de Nazi-overheid? Het leek alsof Richter daarvoor te succesvol en te populair was.

Ernst Berliner was echter bang dat eens de dag zou komen, waarop de overheid wel in zou grijpen. Nadat in september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd de sfeer in Duitsland nog veel grimmiger.

Berliner adviseerde zijn vriend om voortaan geen wedstrijden meer in zijn vaderland te rijden. Richter besloot echter, dat hij nog één laatste keer in Duitsland zou koersen. In december 1939 reed hij de Grote Prijs van Berlijn.

Fietsbanden

Vervolgens stapte hij op oudejaarsdag op de trein naar Zwitserland. Aan de Duits-Zwitserse grens werd Albert Richter bezocht door Duitse douaniers. Die wisten akelig goed waar ze moesten zoeken: zonder aandacht aan de rest van z’n bagage te besteden, sneden ze meteen de fietsbanden van Richter open.

Was het een complot? Was Richter verraden? In de fietsbanden vonden ze een lading geld, die de renner voor een gevluchte joodse Duitser naar Zwitserland wilde smokkelen.

Wat is er na de arrestatie met Richter gebeurd? Daarover bestaan veel uiteenlopende verhalen, geruchten en vermoedens. Blijkbaar ging de Duitse overheid ervan uit dat de rest van de wereld niet wist, dat de sprintkampioen gearresteerd was.

Ze dachten dat ze hem in stilte konden laten verdwijnen. Begin januari verspreidde de Duitse propaganda het nieuwsbericht dat de sprinter bij een ski-ongeluk om het leven zou zijn gekomen.

Kogelgaten

Deze poging tot geschiedvervalsing mislukte. Twee Nederlandse wielrenners die in dezelfde trein zaten als Richter, hadden het verhaal over de arrestatie al verteld aan journalisten. De Duitse propagandadienst moest met een andere verklaring komen.

Ze verspreidden het nieuwsbericht dat Richter inderdaad was opgepakt en zich vervolgens in zijn cel had verhangen. Ook dit bleek een verzinsel.

Eén van de broers van Albert Richter die op zoek ging naar hem, vond het ontzielde lichaam in een mortuarium. De kleren zaten vol bloedvlekken. In zijn rug zaten kogelgaten.