Wie is ’s werelds beste wielrenner aller tijden? Wanneer je deze vraag aan een Japanner stelt, dan is de kans groot dat zijn antwoord luidt: Koïchi Nakano. Het Japanse publiek is nauwelijks geïnteresseerd in de Tour de France, Parijs-Roubaix of andere grote wegkoersen.

Het land van de rijzende zon kent sinds eind jaren ‘40 zijn eigen, hyperpopulaire vorm van wielrennen: keirin.

De Keirin GP’s worden verreden op openlucht wielerbanen, die gemiddeld wat groter zijn dan Europese banen.

De miljoenen Japanners die jaarlijks deze koersen bezoeken, doen dat bijna allemaal om slechts één reden: ze zijn verzot op het gokken op de uitslagen.

Keirin is zonder twijfel één van de spectaculairste onderdelen van de wielersport. Een keirinwedstrijd is doorgaans circa twee kilometer lang.

De zes tot negen deelnemers nemen aan het begin van de koers plaats achter een gangmaker, die in de loop van een paar rondes de snelheid opvoert. Daarna gaat de gangmaker uit de baan en kan de sprint om de overwinning beginnen.

Monnik

Wanneer een Japanner ervoor kiest om keirincoureur te worden, dan moet hij bijna letterlijk als een monnik voor zijn sport gaan leven. Eerst moet hij een zware opleiding van tien maanden volbrengen aan een speciale Keirin School.

Daar krijgt hij 15 uur per dag een programma voorgeschoteld, dat gewijd is aan alle facetten van zijn sport; van het repareren van fietsen, via krachttrainingen tot en met lessen in tactiek.

Als een keirincoureur deze beproevingen heeft doorstaan en eindelijk wedstrijden mag rijden, blijft hij onderworpen aan een streng regime. In de dagen voor een Keirin GP leven deze wielrennende monniken in volslagen afzondering van de buitenwereld; ze hebben dan geen telefoon of internet.

Dit gebeurt om te voorkomen dat er met gokkende toeschouwers afspraken gemaakt kunnen worden. Tegenover deze opofferingen staat echter, dat de beloning rijkelijk is, wanneer een renner succesvol is: de Japanse keirintoppers verdienen meer dan een miljoen euro per jaar.

Exotisch

Tot midden jaren ‘70 keken Europese wielrenners met gefronste wenkbrauwen naar ‘die merkwaardige, exotische vorm van wielrennen’. Keirin werd niet erg serieus genomen. Dat veranderde toen een aantal Japanse keirincoureurs deel gingen nemen aan de grote baanwielertoernooien in het Westen.

De Europeanen werden tijdens de wereldkampioenschappen op hun eigen koningsnummer, de sprint, veelvuldig verpletterend verslagen. Koïchi Nakano leverde indertijd een prestatie die uniek is in de geschiedenis van de wielersport: 10 jaar op rij, van 1977 tot en met 1986, werd hij wereldkampioen sprint.

Mede door de verbluffende prestaties van Nakano, alias ‘de Keizer van de Keirin’, kwam er toenadering tussen de Europese en de Japanse wielerwereld. Keirin werd door de internationale wielerbond UCI geaccepteerd als een topsport: het is sinds 1980 een onderdeel van het programma van het WK baanwielrennen.

Nederland

De afgelopen jaren was Nederland hierop erg succesvol: zowel Teun Mulder als Theo Bos pakten de wereldtitel op de keirin.

De Japanners nodigen sinds begin jaren ‘80 Europese topsprinters uit voor een verkorte cursus op de Keirin School, zodat zij ook deel kunnen nemen aan grote Japanse keirinwedstrijden. Dankzij dit project kon midden jaren ’80 Theo ‘katapult’ Smit jaarlijks naar Japan trekken om veel yens te verdienen op de keirinbanen.

Voordat Theo Bos wegrenner werd, reed hij ook meermaals in dat Japanse circuit. Het afgelopen jaar was Teun Mulder één van de uitverkoren Europeanen die deel mocht nemen aan deze lucratieve koersen.