Het gaat niet goed met Sergio Romero. De atleet die vorig seizoen een belangrijk aandeel had in het landskampioenschap van AZ bestaat niet meer. Hij is het spoor volledig bijster. De ene na de andere blunder mag hij op z’n conto schrijven.

Ronald Koeman zei voor de camera’s nog steeds achter zijn keeper te staan, maar hoe lang is dat vol te houden. En hoe voelt Joey Didulica zich.

De tweede goalie van de Alkmaarders traint zich – naar goed Australisch gebruik – het apenlazerus, zijn concurrent maakt fouten en toch mag hij iedere wedstrijd weer op de reservebank plaatsnemen.

Zelfvertrouwen

Een doelman vervang je niet zomaar even. Het verhaal is bekend. Een spits kan vijf kansen missen, als hij vlak voor het eindsignaal de winnende maakt issie de gevierde man. Een doelman maakt één fout, direct een tegendoelpunt.

Het is niet eerlijk, maar wel de keiharde waarheid. Mede daarom zijn keepers eenlingen binnen de spelersgroep. Ze zijn gewoon anders. Ze trainen anders, hun tenue is anders, ze dragen te allen tijde handschoenen en hebben tijdens werkuren altijd iets te drinken binnen handbereik. Trainers benaderen hun sluitposten ook anders.

Meer nog dan bij een veldspeler is zelfvertrouwen van cruciaal belang voor de doelman. Een keeper wisselen gebeurt alleen bij blessures. En hem na één flater het volgende duel vervangen komt ook zelden voor. Nee, eenmaal gekozen voor de één, betekent een langdurige reserverol voor de ander.

Graafland

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Vlak voor de Europa-cupfinale in 1970 riep de legendarische Ernst Happel reservedoelman Eddy Pieters Graafland bij zich. De Oostenrijker was een man van weinig woorden en zei alleen: “Du spielst”.

De keeper was in het begin van dat seizoen vervangen door de veel jongere Eddy Treytel. Die had een week tevoren een zeker lijkende 1-3 voorsprong tegen Ajax persoonlijk teniet gedaan door middel van twee fouten.

Mevrouw Pieters Graafland vond dat haar man moest weigeren, omdat diezelfde trainer hem had laten vallen. Maar manlief speelde zijn laatste seizoen en zo’n finale zou een mooi afscheid zijn. Het werd een fantastisch afscheid. Ook voor Happel.

Marco van Basten liet Maarten Stekelenburg als een baksteen vallen. De Oranje-goalie werd vervangen door Kenneth Vermeer na een mindere periode. Vermeer deed het niet slecht, maar ook niet veel beter.

Het enige resultaat was onrust binnen de selectie. Stekelenburg onderging de degradatie als een kerel, maar uiteindelijk is niemand van de betrokkenen er beter van geworden.

Hiddink

Tijdens het WK 2006 verving Guus Hiddink zijn vaste keeper Mark Schwarzer voor de laatste poule-wedstrijd tegen Kroatië. Australië had aan een gelijkspel genoeg om de volgende te halen.

Na bijna een uur voetbal beging Zeljco Kalac – we kennen hem nog van Roda – een enorme flater en kwam zijn ploeg met 1-2 achter. Harry Kewell zorgde voor de gelijkmaker, maar Saint Gus stelde in de achtste finales toch Schwarzer maar weer op. Tussen de beide doelmannen zit het nog steeds niet goed, maar dit terzijde.

Hiddink was zondagavond te gast bij Sport aan Tafel. Het probleem Romero werd besproken. Volgens de wereldburger kon je rustig met een kwakkelende sluitpost gaan praten en zeggen dat hij er een tijdje naast stond tot het moment dat de vorm weer terug was.

Waterreus

Tafelgenoot was onder andere Ronald Waterrreus. Deze was het helemaal met zijn ex-coach eens. Dat moest kunnen, volwassen kerels onder elkaar. Ik kon mijn oren niet geloven. Waterreus die genoegen neemt met een plaats op de bank om wat voor reden dan ook.

Als PSV-keeper kreeg hij te maken met achtereenvolgens: Stanley Menzo, Georg Koch en Ivica Kralj. De werden aangetrokken omdat de Limburger nooit onbetwist eerste man was. Alledrie dropen na korte tijd af. Concurrentie haalde bij Waterreus het allerbeste in hem boven.

Hij weigerde pertinent zich bij een rol op het tweede plan neer te leggen en vocht met alle mogelijke middelen om z’n plekkie te behouden. Hij knakte ze geestelijk en lichamelijk en hield er, terecht, een reputatie als strijder aan over. Een onoverwinnelijke strijder.

En die zou na een gesprekje met z’n trainer als een mak lammetje op de reservebank gaan zitten? Geen denken aan! Sergio Romero moet zo snel mogelijk contact op nemen met Waterreus en dan is hij binnen twee weken weer de oude.