De weergoden deden er op 15 april 2001 alles aan om er een heroïsche wedstrijd van te maken. Die editie van Parijs-Roubaix werd dan ook één van de mooiste koersen van de afgelopen tien jaar.

In de tweede helft van de jaren ‘90 werd de koers over de Noord-Franse kasseien bijna altijd gedomineerd door de Mapei-ploeg.

Onder leiding van de Vlaamse manager Patrick Lefevere was dit Italiaanse team uitgegroeid tot de grootste wielerploeg ter wereld.

In het najaar van 2000 had Lefevere echter Mapei verlaten om in z’n vaderland een nieuw team op te bouwen. In België werd de verloren zoon juichend ontvangen.

Journalisten en fans legden de rode loper voor hem uit. Deze manager, wiens naam een synoniem was geworden voor succes, zou ervoor zorgen dat België eindelijk weer een superwielerploeg zou krijgen: Domo.

Debacle

In de voorbeschouwingen op het wielerjaar 2001 liet men weinig ruimte voor twijfel: in de Vlaamse koersen zou Domo alles gaan winnen wat er te winnen viel.

In werkelijkheid ging tijdens die koersen bij Domo echter alles mis wat er mis kon gaan. Het klassieke voorjaar van de ploeg van Lefevere leek één groot debacle te worden.

Na de Ronde van Vlaanderen, waarin Domo tijdens de finale telkens achter de feiten aan reed en uiteindelijk niet meespeelde om de overwinning, leek de stemming bij publiek en pers definitief om te slaan. De zogenaamde superploeg werd het middelpunt van spot en kritiek.

Parijs-Roubaix

Misschien was dat juist de prikkel die Domo nodig had, voor de wedstrijd die de week daarop op de kalender stond: Parijs-Roubaix.

De laatste grote kasseienklassieker, de laatste grote kans voor veel toprenners van Domo om zich te bewijzen. Op die dag werden zij zo zeer bezield door revanchegevoelens, dat ze over mysterieuze krachten leken te beschikken.

Het leek alsof de Domo-coureurs niets van de regen, de modder, de wind en de kou voelden. De ploeg van Patrick Lefevere heerste in de Hel van Noord-Frankrijk bijna net zo machtig als Mapei in z’n beste jaren.

Zege

De grote vraag was: wie van de vier Domo-renners uit de zevenpersoons kopgroep zou uiteindelijk de zege pakken? Wereldkampioen Vainsteins? Kopman Museeuw? Of zijn eeuwige luitenant, Wilfried Peeters?

Nee, de Domo-renner die dat jaar de mooiste klassieker ter wereld won was Servais Knaven. Een combinatie van topvorm en toeval zorgde ervoor dat hij in het tactische spel van Domo de juiste kaart was, die op het juiste moment werd uitgespeeld.

Die overwinning in Parijs-Roubaix is het hoogtepunt van de erelijst van Knaven, waar verder ondermeer de Scheldeprijs van 1998, het Nederlands Kampioenschap van 1995 en een etappe in de Tour van 2003 op staan.

Superknecht

Dat is een opvallend mooi palmares voor een renner die toch van nature altijd geneigd is om zijn imponerende hardrijderscapaciteiten in te zetten in dienst van anderen, als superknecht en wegkapitein.

Na zijn prachtige zege in Roubaix kwam Knaven ook niet op het idee om voor zichzelf een grotere rol in de spotlights op te eisen als ‘medekopman'. Hij voelde zich nooit te groot om zich op te offeren; hij bleef een ultieme teamspeler. Als een ploeggenoot won, dan won hij ook.

In 2010 begint deze modelprof al aan zijn 17e seizoen als beroepswielrenner. Op een leeftijd waarop de meeste renners al lang van hun pensioen genieten, zal Servais Knaven zich weer zonder mokken voluit inzetten in de naam van de kopman, de ploegleider en de sponsor.

Trouwste soldaat

Er is één symbolisch beeld van Parijs-Roubaix 2001 dat voor altijd in mijn geheugen is geprent. Wat deed Knaven tijdens de glorieuze laatste ronde op het Velodrome in Roubaix? De trouwste soldaat die een wielerploeg kan wensen, deed zijn reputatie eer aan.

Hij was druk bezig om de voorkant van zijn shirt, waar klodders modder op de sponsornaam zaten, schoon te wrijven. Zodat de mensheid op het moment dat hij over de finish fietste, kon lezen dat Domo had gewonnen.