Het hele stadion zingt hem toe. Uit twintigduizend kelen dezelfde klassieke meezinger: 'Kankâh-Luinge, je moeder is een hoer'. Luinge neuriet een paar minuten mee en staakt de wedstrijd.

Nog nooit was de keuze voor Man of the Match zo makkelijk. ADO Den Haag - PSV is níet de wedstrijd van die hyperblonde Zweed die vier keer scoort. En ook níet van dat Servische enfant terrible die op de moeder van zijn ex-trainer viel. Het is de show van scheids Roelof Luinge.

Tussen het engste publiek van Nederland en een stel dolgedraaide vechthonden in groengele shirts trekt hij twee rode kaarten en een stuk of achtenveertig gele. Zonder een spoor van angst.

Ziektes

De spelers van ADO schelden hem verrot (Lex Immers: 'Flikker op joh, kutkankâh-scheids!'), het Haagse publiek stort een vat dodelijke ziektes over hem uit. Hij zou kunnen doen alsof hij het niet hoort; Oost-Indisch doof voor alle tumoren die hem worden toegewenst en een beetje hardhorend over de aanduiding van zijn moeder.

Misschien noemden ze zijn moeder wel een boer. Of een trimparcours. Of een parketvloer. Maar nee. Roelof luistert een paar minuten met haviksoren en staakt dan de wedstrijd. Zoals het hoort.

Hij maakt zichzelf er in Den Haag nóg gehater mee dan hij al was. Als hij stoïcijns de bal oppakt en richting kleedkamer beent, roept de kaalgeschoren kern van Midden-Noord dat hij de stad niet levend verlaat.

Hondsdolle debielen

Wanneer ik Roelof zie lopen - de buik voorwaarts en de kin omhoog - denk ik aan kleine Roelof. Zou hij er vroeger al van hebben gedroomd om anderhalf uur lang te worden doodgewenst? Fantaseerde hij 's avonds in zijn bed hoe hij rode kaarten voor de neus van schuimbekkende rechtsbacks zou zwaaien?

Hoe hij in een te kort broekje duizenden hondsdolle debielen zou durven te weerstaan met een fluit en zijn spelregelkennis? Hoe hij als een Drentse allochtoon de klusjes (belastinginspecteur, scheidsrechter) zou opknappen waar de rest van het land de neus voor ophaalt?

Watje

In een grijs verleden stond ik zelf met een fluit op een voetbalveld, als scheidsrechter bij VVSB F5 - Quick Boys F11. In de laatste minuut weigerde ik bij een 0-12-stand een penalty te geven toen één van de VVSB-spelertjes de bal tegen zijn schouder geschoten kreeg in zijn eigen doelgebied.

De leider van Quick Boys F11 (heel groot, heel getatoeëerd en heel kaal) rende het veld in en dreigde de fluit door mijn keel te rammen als ik geen pingel zou geven.

Als ik Roelof Luinge zou zijn geweest, dan had ik de Grote Kale Leider van Quick Boys achter de reclameborden gemaand, het spel door hebben laten gaan en een lijvig rapport naar de KNVB gestuurd.

Of die penalty er kwam? Uiteraard. Ik ben Roelof Luinge niet. Ik ben zo'n watje dat zijn eigen gezondheid boven het spelregelboek stelt. En ik durf te wedden dat negenennegentig komma negen procent van de voetballende mensheid bij VVSB F5 - Quick Boys F11 ook geen Roelof Luinge zou zijn geweest.

Held

ADO Den Haag eindigt de wedstrijd met negen man, een 1-5 nederlaag en een paar duizend supporters met stoom uit de oren en zwarte vlekken voor de ogen.

De kankâh's vliegen door het stadion. En Roelof? Die geeft het commentaar dat een scheidsrechter zestig jaar geleden had kunnen geven in de Polygoonversie van Eredivisie Live: 'Er was sprake van ernstig gemeen spel.'

Roelof Luinge is een held. Of gewoon gestoord. Daar ben ik nog niet uit.