Ik keek verbijsterd naar het tv-scherm. ''Dit kan niet! Dit kan echt niet! Dit moet een droom zijn! Knijp me in m'n arm! Hard! Heel hard!''

M’n toenmalige vriendin aarzelde even, maar toen ik mijn uitroep herhaalde, antwoordde ze met een sadistische glimlach: ‘'Okay, als je dat echt wil…’'

Zo had ik in het najaar van 2004 dus een paar dagen lang, in de vorm van een blauwe plek, het ultieme bewijs op m’n arm. Elke keer als ik er naar keek, kreeg ik een brede grijns op m’n gezicht. Dan wist ik immers weer: Erik Dekker had ècht op die magistrale wijze de herfstklassieker Parijs-Tours gewonnen.

Wonderen


Dat Erik Dekker in staat was om wonderen te verrichten, had hij eigenlijk al eerder bewezen. Zoals in de Tour de France van 2000. Voor een wielrenner die geen superspecialist is in massasprints, bergetappes of tijdritten, is het normaal gesproken to-taal on-mo-ge-lijk om drie ritten in één Tour te winnen.

Tja, of die renner moet Erik Dekker heten. In die Tour van 2000 bewees Dekker al dat hij het tactische talent had om de Alfred Hitchcock, The Master of Suspence, van het wielerpeloton te zijn.

In de rit naar Lausanne had hij de regie over een thriller die miljoenen tv-kijkers naar de punt van hun stoel dreef. Samen met Mario Aerts fietste hij in de laatste kilometers op kop. Steeds was er die dreiging van het peloton vlak achter hen, waarin Ullrich tempo maakte voor Zabel.

Perfecte timing

Door op het perfect getimede moment zijn eindsprint in te zetten, slaagde Dekker er uiteindelijk nipt in om het sprintende peloton voor te blijven. Zabel werd tweede. Hoe dichtbij de sprinters kwamen was te zien aan de klassering van Dekkers vluchtgenoot: Aerts werd pas zesde.

Dat Dekker als superieure tacticus op de fiets het koersverloop op wonderbaarlijke wijze kon regeren, bewees hij ook in de Tour van 2002. Dat voorjaar had hij zijn heup gebroken. Eigenlijk was hij nog niet voldoende hersteld om de grootste wielerkoers ter wereld te fietsen.

Toen hij in de 8e rit in een zevenkoppige kopgroep zat, bleek hij fysiek gezien duidelijk de zwakste schakel. Meermaals moest Dekker lossen en kwam hij met moeite weer terug. Toch regisseerde hij het spel in de finale tactisch zo sterk, dat z’n ploeggenoot Kroon won en hijzelf juichend als derde over de finish kwam.

Groots


Dat Erik Dekker op grootse wijze een klassieker kon winnen, had hij al bewezen tijdens de Clasica San Sebastian van 2000 en de Amstel Gold Race van 2001. Maar ach, zelfs al die andere imponerende prestaties van hem te samen, kunnen toch totaal niet tippen aan die editie van Parijs-Tours, die komend weekend vijf jaar geleden is.

Op die ene dag kwam op sublieme wijze alles samen wat van Erik Dekker een geweldige wielrenner maakte: zijn aanvalslust, zijn hardrijderscapaciteiten, zijn tactisch inzicht om het juiste moment te kiezen en bovenal zijn lef om onmogelijke dingen te proberen.

Hij spotte tijdens die Parijs-Tours met elke wielerlogica. Dit kon niet. Dit kon echt niet. Dit kon echt niet waar zijn.

Van Basten

Het was een onvoorstelbare prestatie, zoals het doelpunt van Marco van Basten tegen de USSR. Zoals de sprong van Bob Beamon in Mexico, naar 8 meter 90. Zoals de NBA-playoff-wedstrijd van de Chicago Bulls tegen de Boston Celtics op 20 april 1986, waarin Michael Jordan 63 punten scoorde.

Het is eigenlijk onmogelijk om een passend eerbetoon voor zo’n prestatie te schrijven. Woorden zullen altijd tekort schieten vergeleken met de beelden. Ik heb deze thriller al zo vaak op youtube bekeken en toch kijk ik elke keer weer met open mond en grote ogen. Totaal verbijsterd: