DEN HAAG - Ook de sportbonden in Nederland ontkomen niet aan de bezuinigingsdrift van het kabinet. Het ministerie van VWS beeïndigt alle subsidies voor het algemeen functioneren van de bonden. Het gaat om 56 sportbonden die voortaan zelf hun broek moeten ophouden. De bedragen lopen uiteen van enkele tienduizenden euro's voor de kleine tot honderdduizenden euro's voor de grote bonden.

Andere aan sport gerelateerde organisaties worden ook gekort. De NEBAS, de Nederlandse sportkoepel voor mensen met een handicap, ziet bijvoorbeeld 10 procent verdwijnen van de 1,18 miljoen euro subsidie. Ook het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken(NeCeDo) en Stichting Dopingcontrole Nederland (Doconed) leveren 10 procent in, wat neerkomt op enkele tienduizenden euro's.

Leunen

Staatssecretaris Ross is het met haar minister Hoogervorst eens dat de sportbonden voor hun bestaan voortaan niet langer kunnen leunen op de overheid. "Bonden moeten zelf maar kijken hoe ze het gat dichten. Ik denk dat in veel gevallen een contributieverhoging niet noodzakelijk is", zei Ross maandag in een toelichting. "Maar ik heb het wel laten doorrekenen. Het varieert natuurlijk per bond, maar de verhoging schommelt tussen de 88 eurocent en 10 euro per lid. Dat kan geen echte belemmering zijn, lijkt me."

Subsidies

Ross benadrukte dat VWS wel degelijk de sport blijft steunen. "Het enige dat we niet meer doen is bonden instandhouden. Dan blijft er nog heel veel over. De helft van het geld dat we inhouden, keert overigens terug naar de sport in de vorm van projectsubsidies; geld voor concrete doeleinden."

De sportbonden die in geld het zwaarst worden getroffen zijn: Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (1.345.569 euro), Koninklijke Nederlandse Zwembond (887.505 euro), Koninklijke Nederlandse Hockeybond (638.689 euro), Watersportverbond (663.297 euro), Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (578.225) en de Nederlandse Ski Vereniging (555.405 euro). De subsidies worden in twee jaar afgebouwd om de bonden ruim de tijd te geven oplossingen te zoeken.