ROME - De wereldrecords verdwenen ook op de tweede dag van de wereldkampioenschappen zwemmen in Rome achter elkaar uit de boeken. In deze 'regen' van toptijden bleef de Amerikaan Aaron Peirsol verrassend steken in de halve eindstrijd van de 100 meter rugslag.

De olympisch kampioen, wereldrecordhouder en regerend wereldkampioen kwam niet verder dan de negende tijd. Peirsol gaf na afloop toe dat hij zijn race verkeerd had ingeschat. ''Maar het is zoals het is.''

Zijn landgenotes Ariana Kukors en Rebecca Soni waren wel bij de les. Kukors veroverde in stijl de wereldtitel op de 200 meter wisselslag.

Met een tijd van 2.06,15 scherpte ze het wereldrecord verder aan. Zondag bracht ze 's werelds beste tijd al op 2.07,03. De Australische Stephanie Rice won in de tijd van het oude wereldrecord het zilver, voor de Hongaarse Katinka Hosszu (2.07,46).

Soni

Soni dook als eerste zwemster op de 100 meter schoolslag onder de 1.05. Ze tikte in de halve eindstrijd aan in 1.04,84. Het oude wereldrecord stond sinds maart 2006 met 1.05,09 op naam van de Australische Leisel Jones. Jones doet niet mee in Rome.

Bij de mannen was Jones' landgenoot Brenton Rickard succesvol. Hij zegevierde in een wereldrecord van 58,58 voor de Fransman Hugues Duboscq (58,64) en de Zuid-Afrikaan Cameron van der Burg (58,95).

Het oude wereldrecord was sinds de Spelen in Peking met 58,91 in handen van de Japanner Kosuke Kitajima. Ook hij ontbrak in Italië.

Zoeeva

De Russische Anastasia Zoeeva bracht op de 100 meter rugslag een wereldrecord op de klokken. Ze realiseerde in de halve eindstrijd een tijd van 58,48.

Zoeeva verbeterde hiermee het oude record van de Zimbabwaanse Kirsty Coventry van 58,77 van augustus 2008.

Op de 50 vlinderslag bij de mannen ging de titel in 22,67 naar de Serviër Milorad Cavic.