BRUSSEL - Het kan gerechtvaardigd zijn dat voetbalclubs die investeren in de opleiding van een jonge speler een vergoeding vragen als een andere club deze speler contracteert.

De vergoeding moet wel reëel zijn en ze moet worden verdeeld onder alle clubs die aan de opleiding van de speler hebben bijgedragen.

Dat heeft advocaat-generaal Eleanor Sharpston donderdag geadviseerd aan het EU-hof van justitie in Luxemburg in een zaak rond de Franse voetballer Olivier Bernard.

Newcastle

Deze tekende in 1997 een driejarig opleidingscontract bij Olympique Lyonnais. Aan het eind van het contract besloot hij niet bij de Franse club te blijven, maar vertrok hij naar het Engelse Newcastle United.

Olympique vorderde van Bernard en zijn nieuwe club een bedrag van ruim 53.000 euro, het salaris dat de speler zou hebben ontvangen als hij in Lyon was gebleven.

Beloftes

Olympique deed dat op grond van een verordening in het Franse profvoetbal die jonge beloftes verplicht een contract te aanvaarden bij de club waar ze zijn opleid. Zo niet, dan zouden ze drie jaar lang niet zonder toestemming elders mogen tekenen.

Olympique kreeg de helft van het geëiste bedrag toegewezen, maar Bernard en Newcastle gingen in beroep.

Volgens hen vormde Franse verordening een beperking van het vrije verkeer van werknemers in de EU.

Gerechtvaardigd

Maar volgens advocaat-generaal Sharpston kunnen regels die een voetbalclub een schadevergoeding toekennen als een door hen opgeleid talent elders aan de slag gaat, gerechtvaardigd zijn.

Zij wijst op het gevaar dat clubs anders niet meer willen investeren in de opleiding van jonge spelers.

Wel moet de schadevergoeding in verhouding zijn met het totale bedrag dat ze aan opleiding van voetballers uitgeven.

Wanneer het EU-hof uitspraak doet is nog niet bekend. In het algemeen volgt het hof de conclusies van de advocaat-generaal.