OSAKA - Anton Geesink heeft de internationale judo-autoriteiten voorgesteld een limiet te stellen aan het gewicht van de deelnemers bij wedstrijden. Bij 130 kilogram (open klasse/zwaargewichten) zou het volgens het Nederlands IOC-lid wel mogen ophouden. Geesink deed zijn voorstel tijdens de wereldkampioenschappen in het Japanse Osaka.

"Een sporter moet gezondheid uitstralen", zegt de oud-topjudoka (69). "Als ik dan zo'n Spanjaard zie (Ruano, boven de 200 kg) dan schrik ik. Bovendien moet dit soort mensen tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Overkoepelende instanties zouden ze daartoe iets moeten aanreiken, bijvoorbeeld begeleiding van een diëtiste."

Voordelen hebben de superzwaargewichten er volgens Geesink ook niet bij. "Het is simpelweg een handicap voor henzelf. In m'n eigen loopbaan (Geesink won drie WK's en een olympische titel in de open klasse) konden de tegenstanders me niet zwaar genoeg zijn. Ze waren simpel uit hun evenwicht te brengen."

De stelregel van Geesink is simpel: "If you want to be a champion, you have to look like one (een kampioen moet er uitzien als een kampioen). Ik ben nu ook geen voorbeeld meer van een afgetraind atleet, maar wat wil je voor een man van bijna zeventig. Maar negentig procent van mijn tijd als actief judoka woog ik minder dan negentig kilo. In die periode was ik wel een voorbeeld."

De Utrechter denkt dat pas op termijn naar hem wordt geluisterd. "In 1968 heb ik al voorgesteld de judoka's in verschillende kleuren pakken te laten aantreden. Het heeft dertig jaar geduurd voor de regels daartoe zijn aangepast. Wat de gewichtslimiet beteft is men vooral bang van discriminerende maatregelen te worden beticht. Onzin, er moet gewoon iets gebeuren."