ZEIST - Het Nederlandse amateurvoetbal krijgt met ingang van het seizoen 2010/2011 definitief twee topklassen, één voor de zaterdagverenigingen en één voor de zondagclubs.

De algemene vergadering van de amateurs heeft het voorstel van de KNVB zaterdag goedgekeurd met 52 stemmen voor en acht tegen.

De twee topklassen gaan ieder uit zestien verenigingen bestaan. De nummers één tot en met vier van de eindstand in de zes hoofdklassen van komend seizoen verdienen automatisch een plek in de topklasse.

De nummers vijf en zes spelen promotiewedstrijden voor zes extra plaatsen. De laatste twee plekken zijn voor de degradanten uit de Jupiler League.

Promotie

Vanaf 2011 degradeert er maar één team uit de eerste divisie. De kampioenen van de twee topklassen spelen tegen elkaar voor het recht op promotie naar de Jupiler League.

Als de winnende club dat niet wil, komt de verliezend finalist in aanmerking. Wil deze ook niet, dan mag de degradant uit de Jupiler League blijven.

Werkgroep

Een speciale werkgroep binnen de KNVB gaat zich de komende maanden buigen over de voorwaarden waaraan clubs moeten voldoen bij promotie naar de topklassen, zoals accomodatie, lichtinstallatie, arbitrage, financiën en overschrijvingen.

KNVB-voorzitter Michael van Praag was aanwezig bij de besluitvorming over de topklassen. Daarvoor liet hij de interland IJsland-Nederland in Reykjavik schieten.

De algemene vergadering heeft verder voormalig KNSB-bestuurder Bernard Fransen unaniem benoemd tot voorzitter.