Ik denk deze dagen vaak aan Andi. Eigenlijk bij iedere oliebol en iedere appelflap die ik zie. Of beter gezegd: bij de poedersuiker die erop hoort. Vroeger was Andi mijn held. Eén dag per jaar slechts, maar toch; een held was hij.

Die ene dag per jaar was toevallig ook de eerste dag van het jaar. Andi's dag was Nieuwjaarsdag. Want op Nieuwjaar wordt er van een schans gesprongen.

Dat gebeurt ook op andere dagen, maar dan zien wij het niet. Voor zover wij Nederlanders weten, wordt er alleen van een schans gesprongen op 1 januari, in een pittoresk sprookjesdorp met de nog pittoreskere naam Garmisch-Partenkirchen. Tot voor kort dacht ik dat het Garmi Spartakirchen heette, maar dat terzijde.

Wonderkind
Andi's dag dus. Andi heette voluit Andreas Goldberger. Wonderkind van beroep. Andi zag eruit als een klein ventje, verzeild geraakt in een sport voor mannen met ballen. Hij had een babyface, en guitige kuiltjes in zijn wangen als hij lachte. Blonde lokken wapperden vanonder zijn pothelm vandaan. Als de zon erop stond, glinsterden zijn lokken als zijn achternaam. Hij werd ook wel Goldi genoemd.

Urenlang moest ik op hem wachten. Eindeloze uren in de huiskamer van opa en oma, kauwend op de opgewarmde oliebollen en appelflappen van de dag ervoor. Nauwelijks door te slikken zompige sponzen die als een steen in je buik lagen. Op televisie het traditionele nieuwjaarsconcert van het Wiener Philharmoniker Orkest, dat langer leek te duren dan het hele jaar ervoor.

Maar het eindeloze wachten was niet voor niets. Zodra de laatste tonen van het Weense verveelorkest waren uitgestorven, begonnen de dag en het jaar écht. Leve Garmi Spartakirchen. En leve Andi.

Zwaartekracht
Andi was meer dan goed. Andi sprong niet - Andi vloog. Van zwaartekracht had hij nog nooit gehoord. Die gold niet voor hem. Hij kwam pas weer op aarde als hij zin had. Als hij lang genoeg boven Garmi Spartakirchen had gezweefd. In mijn herinnering won Andi altijd. Dat kwam mede door mijn hulp.

Ik strooide extra poedersuiker op mijn bol of flap. Dat bracht hem geluk, extra meters en een geslaagde telemarklanding. Er was overduidelijk een significant verband tussen de hoeveelheid poedersuiker op mijn appelflap en de afstand die Andi zweefde. Die poedersuiker, die hielp.

Champagneroes
Wanneer ik gestopt ben met kijken weet ik niet. Misschien toen ik oud genoeg werd om een champagneroes uit te slapen op nieuwjaarsdag. Het spijt me, Andi. Echt, het spijt me. Zonder mijn poedersuiker vloog Andi een stuk minder ver. De zwaartekracht had plotseling invloed op hem. In zijn sport, en in zijn privéleven.

Andi kon de weelde van zijn status niet dragen en raakte verslaafd aan een ander poeder. Snuifpoeder. Lawines aan witte lijntjes verdwenen in zijn neus. Maar hoeveel hij ook snoof: vliegen zoals van de schans deed hij er niet mee. Hij werd betrapt, geschorst en raakte aan lager wal. Na zijn schorsing waagde hij zich aan een comeback. Het werd geen succes. De klap waarmee Andi terug op aarde was gekomen, had meer kapot gemaakt dan hem lief was.

Poederverslaving
Tegenwoordig schijnt het weer iets beter te gaan met Andi. Hij heeft zijn poederverslaving overwonnen, hij is schansspringcommentator bij een Oostenrijkse tv-zender en hij won op een haar na de Oostenrijkse versie van Dancing mit den Stars.

Maar een beetje hulp kan hij nog steeds gebruiken. Dus ik zit op Nieuwjaarsdag voor de tv. Er komt vast een camerashot van Andi als commentator. Of van de Andi van vroeger, vliegend boven Garmi Spartakirchen. Ik zal er klaar voor zijn. Met een oliebol. En met een extra lading poedersuiker.