Om beurten verdedigen Feyenoorder Jurryt van de Vooren en Ajacied Menno Pot de eer van hun club in de columntwist ‘De Klassieker’. Jurryt is de enige Nederlander die ooit afstudeerde op Feyenoord. Menno schreef de eerste Nederlandse roman (Vak 127) met fanatieke Ajax-supporters in de hoofdrol.

Beste Jurryt,

Vroegtijdig afscheid nemen van de beste spelers uit de selectie hoort bij het supportersbestaan. Sommige clubs zijn nu eenmaal rijker en groter dan de jouwe. Daar kun je je ontzettend over opwinden (in Groningen zitten ze bijvoorbeeld nog een beetje vast in die fase), maar je doet er beter aan om er maar gewoon aan te wennen.

Bij ons in Amsterdam gaat zo'n spelersafscheid ongeveer als volgt in zijn werk. Na de wedstrijd komt de vertrekkende speler het veld op in vrijetijdskleding. Iemand van de club neemt de microfoon ter hand om te zeggen dat de speler niet alleen een geweldige voetballer is maar ook een geweldig mens, dat hij de harten van de supporters gestolen heeft en prachtige hoogtepunten heeft beleefd, dat we hem zijn transfer van harte gunnen en dat de deur altijd voor hem open zal blijven staan. Want: eens Ajacied, altijd Ajacied!

Standaard afscheid
Vervolgens krijgt de speler een roodwitte bos bloemen, een Ajax-borstbeeld en van de supportersverenigingen een ingelijste fotocollage en een blauwe AFCA-suppporterstrui. De supporters applaudisseren en scanderen de naam van de speler, om elkaar dan (‘ssssst') tot stilte te manen en te luisteren naar wat hij te zeggen heeft.

Dat komt meestal neer op: bedankt, ik ben er trots op dat ik voor Ajax gespeeld heb, Ajax is de beste club van Nederland en wie weet zien we elkaar ooit nog eens terug. Daarna: ereronde, vuurwerk en You'll Never Walk Alone. Zo gaat dat al jaren en zo ging het gisteren dus ook met Klaas-Jan Huntelaar.

Het verschil zit ‘m in de details. In de jaren na 1995 was je al gauw tien minuten verder voordat de stadionspeaker de prijzen had opgedreund die de vertrekkende speler met Ajax won (drie landstitels, drie KNVB-bekers, drie Nederlandse Supercups, de Champions League, de Europese Supercup, de Wereldbeker, etc. etc.). De transfersom die Ajax voor de betreffende speler ontving, was doorgaans minder glorieus. Een habbekrats, meestal.

Hoogtepunt
Tegenwoordig is het meestal andersom: vette transfersom, maar een persoonlijke Ajax-erelijst waar de stadionspeaker vrij snel meer klaar is.

Het is veelzeggend dat Klaas-Jan Huntelaar de twee Champions League-duels tegen Inter als het hoogtepunt van zijn Ajax-tijd noemt: dat waren de enige twee wedstrijden die hij met Ajax speelde in de knock-outfase van de Champions League. In de eerste gaf Ajax een 2-0 voorsprong weg (het werd 2-2); de tweede werd vrij kansloos verloren met 1-0. En dat is dan je Ajax-hoogtepunt.

Het moge duidelijk zijn dat je als club geen begroting van 65 miljoen euro hebt om spitsen van 9 miljoen te kopen die na drie seizoenen kunnen kiezen uit de volgende vijf persoonlijke hoogtepunten: twee keer de Johan Fruitschaal, twee keer de Vergulde Dennenappel en één Champions League-uitschakeling.

Bedrogen
Dat brengt me bij Peter R. de Vries. Vorige week citeerde je hem. "Ik vind", zo zei Peter in een interview in Nieuwe Revu, "dat de achterban een aantal jaren enigszins bedrogen en voorgelogen is door Ajax."

Ik heb er even over nagedacht en geconcludeerd dat ik het niet met hem eens ben. Door te stellen dat Ajax de laatste jaren heeft bedrogen en gelogen, suggereert De Vries namelijk dat Ajax al die tijd handelde uit een soort doortrapte slimheid. Ik denk dat hij de club daarmee schromelijk overschat.

Ajax heeft al die jaren oprecht gestreefd naar succes, maar simpelweg gefaald door een totaal gebrek aan competente figuren in de organisatie. Klaas-Jan Huntelaar maakte 105 goals in drie seizoenen, maar het waren druppels op de gloeiende plaat van Ajax' wanbeleid.

Scoren tegen bierkaai
Als er geen beginneling (Blind) of domme proleet (Ten Cate) voor de groep stond, dan was het wel een man van wie je na één zin al weet dat hij geen topper is (Koster).

Klaas-Jan scoorde, overal en altijd, maar achterin vlogen er 45 tegengoals in één seizoen in, met de vriendelijke groeten van ‘chef inkoop' Martin van Geel. Ondertussen liep John Jaakke zich te bemoeien met alles waar een voorzitter niets mee te maken heeft en was directeur Maarten Fontein bezig de grote Ajax-invasie van China voor te bereiden.

Toen gisteren het vuurwerk knalde, de supporters zongen en de verkochte speler even iets moest wegslikken, wist ik zeker dat we heel even precies hetzelfde dachten, Klaas-Jan en ik: "Drie jaar lang scoren tegen de bierkaai. Drie jaar lang sjorren aan een dood paard. Godverdomme."

2009 dan maar.

Mazzel!

Menno