Wie vroeger een topsprinter in het baanwielrennen wilde zijn, moest niet alleen extreem hard kunnen fietsen. Hij moest ook verdomd goed kunnen stilstaan

Sprinten is timing. Op het juiste moment, vanuit de juiste positie, de ultieme versnelling plaatsen. Bij een sprintduel op een grote wielerbaan, is de juiste positie hiervoor vaak de tweede positie, in de slipstream van je concurrent.

Je moet er dus voor zorgen dat die concurrent tijdens de race de koppositie neemt. Wat is in theorie de simpelste manier om dit te bereiken? Stil gaan staan! Oftewel: De 'Surplace' uitvoeren.

Balanceer-act
Stil staan. Dat klinkt makkelijk. Maar dat is het vanzelfsprekend niet tijdens zo'n koers. Je moet immers de hele tijd met beide voeten in de pedalen blijven. Dat levert dus een balanceer-act op, die niet zou misstaan in het Russisch Staatscircus.

Ondertussen moet je steeds in de gaten houden, wat je tegenstander doet. Gaat hij ook stilstaan? Of durft hij dat niet aan en geeft hij jou je gewenste plek in zijn slipstream? Of sprint hij er ineens vandoor?

Psychologische oorlogsvoering
In de loop der jaren groeide het fenomeen 'Surplace' uit tot een sublieme vorm van psychologische oorlogsvoering tijdens sprintduels. Eén van de grootmeesters van de surplace was Jan Derksen. Toen hij rond de 80 jaar was, kon hij nog met gemak aan jonge sprinters voordoen, hoe ze het best konden surplacen.

Zijn beroemdste surplace aller tijden vond plaats in 1955 in Milaan. Derksen moest het toen opnemen tegen het supertalent Maspes. Deze Italiaan wilde tijdens die rit graag laten blijken dat hij toch echt niet onder de indruk was van die 36 jarige oud-wereldkampioen uit Holland. Op zijn beurt wilde Derksen niet laten merken dat hij, in het hol van de leeuw, onder de indruk was van het fanatieke Italiaanse publiek.

Ze bleven allebei zo 'cool', dat het leek alsof ze bevroren waren: ruim een half uur stonden ze stil op de baan. Uiteindelijk besloot de jury een einde aan die surplace te maken.

Fenomeen
Toch was dat zeker niet de langste surplace aller tijden. Op den duur werd de surplace zo'n beroemd fenomeen, dat sommige prof-'sprinters' zich aan wedstrijdorganisatoren konden verkopen, als pure specialisten in het stilstaan.

Zoals de Amerikaan David Steed, die meermaals een wereldrecord surplacen vestigde. De laatste keer dat hij dat deed, was op 10 en 11 maart 1986: David Steed stond toen maarliefst 24 uur en 6 minuten achter elkaar stil op een wielerbaan.

Hoe gaat het tegenwoordig met het fenomeen 'Surplace'? In demonstratiewedstrijden rondom zesdaagsen heeft Theo Bos al meermaals laten zien dat hij talent voor de surplace heeft. Helaas zal hij tijdens een officiële wedstrijd, zoals het komende EK in Alkmaar, nooit zo'n heroïsche surplace à la Jan Derksen kunnen demonstreren.

Saai
De cultuurbarbaren van de internationale wielerbond UCI hebben enige jaren geleden namelijk besloten dat de renners nog maar een zeer beperkte tijd mogen stilstaan. Daarna grijpt de jury in. Ondermeer omdat het anders te saai zou worden voor het publiek.

Wat mij betreft is dat onzin: De stilstand van de surplace is juist extreem spectaculair. Tijdens elke seconde van een surplace heerst er een ultieme spanning, omdat elk moment één van de twee renners òf kan wegsprinten, òf kan instorten.

Cultuur
Er zijn nog meer voordelen voor de toeschouwers verbonden aan het fenomeen surplace: Je koopt een kaartje voor een sportwedstrijd en je krijgt er gratis als bonus een dosis cultuur bij, in de vorm van een tentoonstelling van Levende Standbeelden.

En als een wedstrijdorganisator alleen maar renners zou uitnodigen, die het niveau van David Steed benaderen, dan is het voordeel voor de toeschouwers nog veel groter: Voor de prijs van een kaartje van een sprinttoernooi, dat in theorie binnen een paar uur afgelopen zou kunnen zijn, krijgt de toeschouwer dan een wedstrijd voorgeschoteld die nog langer duurt dan een complete zesdaagse!