AMSTERDAM - Tegenwoordig vinden we het niet meer dan logisch dat Mart Smeets iedere avond in juli in NOS Studio Sportzomer de Tour op een romantische manier neerzet: dat hij ons in het programma meeneemt achter de koers en dat hij ons in het programma laat zien dat er meer is dan mannen die hard op een fiets rijden. Dat was ooit wel anders.

Vierentwintig keer ging Antione Blondin met de Tour de France mee als journalist voor de Franse sportkrant L'Equipe. Vierentwintig keer. Dat is zo'n honderdduizend kilometer. Dat is twee keer de wereld rond. Sterker nog: het was bijna twee jaar van zijn leven.

Antoine Blondin, romanschijver van beroep, vertelt over zijn belevenissen in het Franstalige boek Sur le Tour de France, dat al jaren geleden in zijn geboorteland verscheen. Het boek werd in de aanloop naar de Tour van 2008 naar het Nederlands vertaald.

Onderdeel van de Tour

Blondin had dus het geluk om Le Grande Boucle te leren kennen op een manier waar maar weinig mensen de kans voor krijgen. Blondin volgde niet alleen de Tour. Hij was eigenlijk gewoon onderdeel van de Tour. Tussen 1954 en 1982 groeide de Fransman uit tot een ware volksheld. L'Equipe verkocht opmerkelijk goed wanneer Blondin een kroniek had geschreven. Wat hij deed? Hij schreef gewoon.

Hij schreef over wat hij zag en tegenkwam onderweg. Achterop een motor, in de buurt van de renners reed hij zijn Tour de France. Zijn kronieken, die iedere dag in L'Equipe werden gepubliceerd, gingen zelden over demarrages, kopmannen die moesten lossen bij het peloton of opgaven van onbekende knechten uit een onbekend ploegje.

Beeldend

Blondin kon een heel verhaal schrijven over de ‘bezemwagen, toeschouwers en de Col d'Aubisque. Hij deed dat op zijn eigen manier: heel beeldend. Dat is logisch te verklaren. Blondin was een romancier met een enorme voorliefde voor de wielersport.

Zijn verhalen werden gewaardeerd. En dat is niet eens zo gek. ‘Antoine Blondin - Tour de France', het vierde boek uit de serie Sportklassieken van uitgeverij Het Sporthuis, bestaat uit een verzameling van de allermooiste verhalen van de schrijver. Stuk voor stuk schitterend.

Om bij weg te zwijmelen

Zijn kronieken zijn af en toe om bij weg te zwijmelen. Het is niet dat er totaal geen wedstrijdverslag in zat, want daar ontkwam hij niet aan. In een verhaal over een bergetappe door de Franse Pyreneeën staat een passage die de schrijfstijl van Blondin perfect toont.

‘Charly Gaul liet het ons meteen weten. Na enkele minuten klim met een perfect gecamoufleerde steilheid door de Luitel waar de Aubisque, de Peyresourde, de Izoard, en de Croix-de-Fer niet toe in staat waren: een vlucht van de engel die zijn krachten had teruggevonden.

Tegelijkertijd werd ons escorte definitief uiteengeslagen. Bahamontes slingerde op zijn ragfijne fiets van de ene kant van de weg naar de andere en schudde zijn schouders met de heftigheid van een verhuizer die zich van een piano ontdoet.'

Geluksvogel

Blondin had dan ook een schitterende tijd getroffen om over dé ronde der wielerrondes te schrijven. Hij schreef in een tijd dat wielrennen nog aanvallen was. In een tijd dat de sterkste man won. Niet in een tijd dat degene met het beste materiaal met de zege aan de haal ging.

Hij maakte ze allemaal mee: Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault. Blondin zag Joop Zoetemelk én Jan Janssen de Tour winnen. Maar, dat moet niet de hoofdreden zijn om het boek te lezen. Met alle dopingverhalen van de laatste jaren is het heerlijk om te lezen over een tijd toen de focus nog op het wielrennen lag.

Lees alles over de Tour op de special.