De helft van het wielerseizoen is al voorbij. Toch begint het wielrennen voor miljoenen mensen de komende weken pas echt te leven. Door Rob de Haan.

Parijs-Roubaix? De Ronde van Vlaanderen? De Giro? Veel sportliefhebbers lieten die monumentale wedstrijden dit voorjaar achteloos aan zich voorbij gaan. Maar elke uitslag van een tweederangs koers die in juni wordt verreden, bestuderen zij intensiever, dan Andries Knevel ooit een Bijbelpassage las.

Allemaal zijn ze op zoek naar het Grote Geheim: Wie o wie is er dusdanig in vorm, dat hij straks een geweldige Tour de France kan rijden?

Grote kampioenen

Die vraag is niet vaak moeilijker te beantwoorden geweest dan dit jaar. Veel voorspelbare favorieten van de afgelopen 10 jaar doen immers niet mee. Er zijn zelfs commentatoren die mekkeren dat de Tour van 2008 geen grote Tour kan worden, omdat er geen grote kampioenen aan meedoen.

Dat werd echter ook beweerd in 1999, toen Ullrich en Pantani niet meededen. Uiteindelijk ging die Tour de geschiedenisboeken in, als de Grote Openbaring van Armstrong als Tourkampioen.

James Bond

Een Tour zonder helden bestaat niet. Het dragen van de gele trui is als het spelen van de rol van James Bond: Je hoeft niet Sean Connery te heten, om miljoenen toeschouwers te lokken.

Het grote Tourpubliek wil in zijn zomervakantie niets liever, dan drie weken lang geamuseerd worden door mensen die zich in die zomerhitte wèl moeten uitputten. Ongeacht de namen van die acteurs.

Jaskula

Omdat dit Tourpubliek zoveel groter is dan het gewone wielerpubliek, staan wielersponsoren en criterium-organisatoren altijd in de rij om elke nieuwe Tourheld overdadig te belonen voor zijn zomerse inspanningen. Puur financieel levert het vaak zelfs meer op, om éénmaal een grote heldenrol in de Tour te spelen, dan een stabiele subtop-carrière van 20 jaar op te bouwen, in andere wielerkoersen.

Daar weet bijvoorbeeld Zenon Jaskula alles van. In de Tour van 1993 kon hij, tot ieders verbazing, de topfavorieten Indurain en Rominger in de bergen volgen, alsof hij hun schaduw was. Jaskula werd derde in het eindklassement. Nog opvallender dan die prestatie, was de stijl waarmee hij reed.

Hij gebruikte bergop een versnelling die zo zwaar was, dat een normale sterveling die zelfs in een afdaling nog niet rond zou krijgen. Bij Jaskula ging het ook niet vanzelf: In de finales van de bergetappes trok hij bij elke pedaalomwenteling een grimas, alsof hij een zweepslag kreeg.

Dope

In 2007 was Zenon Jaskula één van de vele toppers uit de jaren '90, die bekende dat hij zich indertijd dopeerde. Jaskula gebruikte ondermeer middelen om zijn pijngrens te verleggen, zodat hij telkens dat monsterlijke verzet rond kon krijgen, ondanks de zware protesten van zijn lichaam.

Zelfs tijdens die glorieuze Tour van 1993 sukkelde Jaskula constant met zware ontstekingen in zijn knieën. Dat kon natuurlijk niet lang goed gaan: Na afloop van die Tour bleek hij zijn lichaam letterlijk kapot te hebben gereden. Zijn absolute topniveau van die zomer, zou hij later nooit meer kunnen benaderen.

Staats-amateur

Jaskula was de eerste om te erkennen, dat zijn rijstijl in de Tour van 1993 geen aanrader was, voor renners die een duurzame carrière wilden gaan opbouwen. Als renner uit het Oostblok, die pas op late leeftijd prof mocht worden, had hij echter andere prioriteiten. Jarenlang had Jaskula als staats-amateur slechts mogen rijden voor de eer van de Poolse communistische dictatuur.

Op 31 jarige leeftijd zag hij ineens de kans om, door drie weken lang zijn lichaam volslagen af te martelen, alsnog een ruime vergoeding op zijn bankrekening te krijgen, voor elke zweetdruppel, die hij in de loop van vele jaren had opgeofferd aan de wielersport. In die opzet slaagde hij volledig.

Koers aller Koersen

Voor de zomer van 1993 kenden buiten Polen alleen wielerfreaks Zenon Jaskula. Na die Tour kende half Europa hem. Wekenlang raapte Jaskula elke dag duizenden guldens startgeld in criteriums. Sponsoren stonden voor hem in de rij.

Wat Zenon later nog incidenteel presteerde, in bijvoorbeeld de ronde van Portugal of van Polen, was voor zijn nieuwe teams nauwelijks van belang. Hij werd nog vele jaren rijkelijk betaald, om slechts één reden: Zodat de sponsor kon pronken met een renner in zijn ploeg, die ooit op het podium stond in de Koers aller Koersen, de Tour de France.