ZEIST - De grensrechter, tegenwoordig eigenlijkassistent-scheidsrechter genoemd, moet het komend seizoen eenfractie langer nadenken voor hij vlagt voor buitenspel. Dat is eenvan de voornaamste aanwijzingen die de Nederlandse arbitragemaandag op de dag van de scheidsrechters van baas Jaap Uilenbergmeekreeg.

Het gaat vooral om de beoordeling van al dan niet hinderlijkbuitenspel. "Daarbij werden het afgelopen jaar veelinschattingsfouten gemaakt", zegt Uilenberg. "Een klein momentvan bedachtzaamheid kan die mogelijk voorkomen. Ik denk dan aanenkele seconden, niet aan een halve minuut."

Uilenberg en de zijnen maakten een band met zestientwijfelgevallen en zij stuurden die ter beoordeling op naar FIFA,UEFA en tien andere landen. "Wat zou jij in dit geval doen", wassteevast de vraag. Neemt een speler actief dan wel passief aan hetspel deel. Uit de antwoorden werden richtlijnen vastgesteld.Conclusie: Er werd te vaak een doelpunt ten onrechte afgekeurd.

Aangescherpt

Ingrijpende zaken gaf Uilenberg zijn manschappen een kleine weekvoor het begin van de competitie niet mee. Een aantal dingen werdaangescherpt. Bij vrije trappen moet de afstand van 9 meter en 15centimeter consequent in acht worden genomen, een Schwalbe met geelbestraffen in het geval er geen sprake is van enig lichamenlijkcontact.

Verdere attentiepunten: Bij opstootjes in elk geval deaanstichters (ten minste) geel geven. Uilenberg zag de ontwikkeling-internationaal- vorig seizoen al. "Bij het minste of geringstestaan spelers tegenwoordig met de vuisten tegenover elkaar. Hethoort niet en geeft een slecht voorbeeld. We gaan en blijven erhard tegen optreden."

Daarnaast werd het "kaartenbeleid" in algemene zinaangescherpt. Uilenberg: "In ons land zijn we graag wat flexibelmet het fluiten. De wedstrijd moet "lopen." Terecht. Maar forseovertredingen en aantoonbaar spelbederf moeten consequent wordenbestraft. Of het nu past in het beeld van de wedstrijd of niet.Bepaalde zaken kunnen we niet toleren.''