BARCELONA - De droom ging over goud. De werkelijkheid deed pijn. De Nederlandse zwemmers op de 4x100 meter vrije slag sloegen mis op de openingsdag van de WK in Barcelona. Een podiumplaats was met wereldrecordhouder Pieter van den Hoogenband als slotsprinter bijna vanzelfsprekend. Dit trotse Oranje strandde in de series.

De start was al vals. Johan Kenkhuis slaagde er niet in binnen binnen de 50 seconden te openen (50,18), driekwart seconde boven zijn mogelijkheden. "Veel te langzaam", gaf de Twentse TZA'er schuldbewust en danig teleurgesteld toe. "Daar heb ik niet voor getraind. Het had onder de 49,5 gemoeten. Ik ben heus wel tot het uiterste gegaan, maar het zat er niet in."

Uit de toon

Klaas Erik Zwering (49,39) en zeker Ewout Holst (49,25) trokken nog redelijk door maar Bredanaar Gijs Damen viel tussendoor uit de toon. Zijn 50,54 was een seconde te langzaam. De aanstaande PSV'er, die het niet langer instelbare startblok eerst helemaal niet leek te willen verlaten, vond het onbegrijpelijk. "In Montpellier ging het juist hartstikke goed. Het voelde super aan. Ik had een 49'er in mijn hoofd. Dit verwacht je niet."

Samenspel

Het tegenvallende samenspel leverde slechts de tiende tijd op: .19,36. Wel onder de olympische limiet, maar geen enkele reden ook maar iets van een lachje op de verbeten gezichten te toveren. Holst had het zwaarst de pest in. Hij liet zijn favoriete 50 vlinder schieten voor het teambelang, omdat de combinatie in het verleden te moeilijk bleek. "Maak je die keuze, sta je weer met lege handen. Ik baal ontzettend."

Holst

Holst had alle reden tot klagen. Zijn bijdrage was in principe goed genoeg geweest om ook in de finale te mogen starten. Dan had alleen Mitja Zastrow 's ochtends in de plaats van Damen op het startblok moeten staan. De net genaturaliseerde Duitser liet zaterdag in een time trial 50,22 noteren. Zijn reële zwemtijd - zonder het voordeel van een vliegende start - was daarmee achteraf erg veel beter dan Damen in de serie.

"Dat hadden we al weken geleden zo afgesproken", zei bondscoach André Cats zuinigjes. "De paspoortprocedure liep toen nog. We hadden ook het volste vertrouwen dat ze het zouden halen. Anders hadden we wel een andere strategie gekozen. Maar we wisten wel dat het hard zou moeten gaan. Leg je Pieter al meteen in het water dan komt-ie s' avonds vermoeid aan de start. Per saldo schiet je daar ook niets mee op."

Voorbereiding

Aan de gezamenlijke voorbereiding kan het niet hebben gelegen. De Nederlandse vrouwenploeg, zonder wereldrecordhoudster Inge de Bruijn, faalde namelijk niet en bereikte met 3.41,74 (tevens de limiet voor Athene) op dit onderdeel wel comfortabel de finale. Daarin eindigde het viertal Manon van Rooijen, die opende in 56,28, Marleen Veldhuis (een uitstekende 54,23), Annabel Kosten (55,74) en Chantal Groot (54,79) als vierde in 3.41,04.

Dat levert hun bij NOCNSF de status op van olympisch medaillegegadigde. Speerpunt dus, met extra mogelijkheden tot slijpen. Ze kwamen overigens niet in de buurt van het erepodium. Wel is er in de overname - Groot ging pas na 0,43 weg en gaf daarmee het voordeel bijna helemaal weg - nog veel winst te boeken.

De speciaal daarvoor aangeschafte tijdwaarnemingsapparatuur heeft zijn geld nog niet opgeleverd. Het verschil met de wereldtop (Verenigde Staten, Duitsland, Australië) was in Palau Sant Jordi twee tot drie seconden. Dat gat zwemt De Bruijn in vorm ook niet dicht.

"Zij stijgen wel boven zichzelf uit", constateerde Cats niettemin terecht. "De mannen kunnen ook fantastisch presteren, maar ze bewijzen het tegendeel. We zullen nu hard moeten werken aan een positief beeld. Maar ook zwemmers zien zich steeds vaker als individuele sporters. Die laten zich niet afleiden door hele goede prestaties maar ook niet door slechte."