PARIJS - De Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong heeft resoluut een aanbod afgewezen van het Franse antidopingbureau AFLD om zijn urinestalen uit 1999 nogmaals te controleren op de aanwezigheid van het verboden middel epo.

Volgens de zevenvoudig winnaar van de Ronde van Frankrijk valt er niets meer te bewijzen. "Er is eenvoudigweg niets van belang waarmee ik kan instemmen", verklaarde Armstrong woensdag.

Volgens publicaties in sportkrant L'Equipe een maand na zijn laatste tourzege in 2005, zou Armstrong in 1999 epo hebben gebruikt. De krant baseerde zich op een rapport van het dopinglab in Châtenay-Malabry waar urinestalen jaren na dato waren onderzocht met nieuwe opsporingsmethoden.

Comeback

De Franse dopingjagers van AFLD zeggen nu dat de renner, die volgend jaar zijn comeback wil maken, met een nieuwe controle een einde kan maken aan alle dopinggeruchten die over hem rondgaan.

Armstrong wijst echter op het onderzoek, dat in 2005 op verzoek van de internationale wielrenunie UCI werd uitgevoerd door de Nederlandse advocaat Emile Vrijman. Dat pleitte Armstrong een jaar later vrij. Het dopinglab werd onzorgvuldigheid verweten. "De urinestalen waren niet goed bewaard, door elkaar gehaald en onbruikbaar voor een betrouwbare controle", aldus Armstrong.