PEKING - Judoka Deborah Gravenstijn (-57 kg) heeft bij de Olympische Spelen van Peking maandag de zilveren medaille veroverd. Ze verloor alleen de finale, van de Italiaanse Giulia Quintavalle.

Gravenstijn, bij Athene 2004 goed voor brons, is de tweede Nederlandse vrouw die olympisch zilver heeft. Edith Bosch ging haar in Athene voor.

"Moe, maar voldaan", was het eerste wat Gravenstijn, breeduit lachend, kon uitbrengen. "Het was een zware dag. Maar dit is een prachtige beloning."

Het zilver van Gravenstijn was een sensatie. Sinds ze brons won in Athene 2004 werd ze slechts door tegenslag achtervolgd. Ze kreeg loopbaanbedreigende blessures en werd getroffen door groot persoonlijk leed.

Comeback

Toch bleef ze geloven in een comeback na door een nekoperatie bijna twee jaar langs de kant te hebben gestaan. Ruim anderhalf jaar geleden stond ze weer op de mat, ternauwernood slaagde ze erin zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen.

"Het is onwaarschijnlijk wat ze heeft gepresteerd", zei bondscoach Marjolein van Unen. "Deborah is van heel ver gekomen. Dit is fantastisch."

Het was de tweede medaille voor de Nederlandse judoka's in Peking. Eerder was er brons voor Ruben Houkes (-60 kg).

Beziniken

Gravenstijn weet niet of ze volgend jaar nog judoka is. "Ik laat alles eerst bezinken, dan beslis ik of ik wel of niet doorga", zei ze na het winnen van zilver in Peking.

Volgende week wordt Gravenstijn 34. Fysiek heeft ze in haar loopbaan veel problemen gehad. Daar wilde ze in China niet bij stilstaan. "Ik ga eerst genieten."

Bondscoach Marjolein van Unen zei dat ze er op een later tijdstip over gaan praten. "Dat moet je nu niet doen. We moeten reëel zijn, ze wordt binnenkort 34. Laten we eerst maar eens kijken hoe ze dit toernooi fysiek gaat verwerken."

ZIE OOK:

'Ik wist dat ik het kon'
Lees alles over de Olympische Spelen op peking.nusport.nl