ZEIST - FC Zwolle, De Graafschap en FC Utrecht spelen ook volgend seizoen betaald voetbal. De drie clubs kregen woensdag van de KNVB een licentie. In het geval van FC Zwolle en De Graafschap ging het om een reguliere licentiezaak, omdat de clubs tot het laatst toe niet zeker waren van klassenbehoud. FC Utrecht daarentegen kreeg na een beroepszaak groen licht om ook volgend seizoen betaald voetbal te spelen.

FC Zwolle handhaafde zich via de nacompetitie in de eredivisie en voldeed daarna aan alle door de voetbalbond gestelde eisen. De Graafschap degradeerde naar de eerste divisie en paste daarop de begroting aan. In het geval van FC Utrecht speelde de gemeente Utrecht een cruciale rol. Door een lening van 25 miljoen euro aan bouwbedrijf Midreth werd de noodlijdende club van de ondergang gered.

Het bouwbedrijf gebruikt de lening om stadion De Galgenwaard en bijbehorende commerciële ruimtes over te nemen. In ruil daarvoor verplicht Midreth zich het complex af te bouwen. Die overeenkomst leidt er volgens de KNVB toe dat de schulden van de voetbalclub op een juiste manier gesaneerd kunnen worden. Tevens diende FC Utrecht bij de bond een sluitende liquiditeitsbegroting in.

Na de verstrekking van licenties aan FC Zwolle, FC Utrecht en De Graafschap wachten nog zeven clubs op een definitief besluit van de KNVB. Voor AZ, Vitesse, Sparta, Excelsior, Emmen, Den Bosch en AGOVV is de toekomst nog onzeker. De KNVB beslist deze week over alle licentieaanvragen.