ARNHEM - Als de Nederlandse equipe bij de Olympische Spelen in Peking de doelstelling wil realiseren moet ze boven zichzelf uitstijgen. Dat zei dinsdagavond chef de mission Charles van Commenée, bij een presentatie op de algemene vergadering van sportkoepel NOCNSF.

Oranje streeft naar een positie bij de beste tien in het landenklassement. Daarvoor zijn, waarschijnlijk, negen gouden medailles nodig. "In onze ploeg zitten slechts vijf wereldkampioenen'', zegt Van Commenée. "Er moet daarom een schepje bovenop.''

De wereldkampioenen zijn de hockeyvrouwen, de springruiters, Marianne Vos, Anky van Grunsven en Ruben Houkes. Van Commenée, die in totaal 27 medailles nodig denkt te hebben, ziet wel voldoende kanshebbers. Bij het wielrennen 9, bij de judoka's 7, bij het zwemmen 5, 4 bij de watersport, 3 op de hippische onderdelen.

Kwaliteit

Dat de Nederlandse formatie wat kleiner gaat uitvallen dan aanvankelijk gehoopt, vervult Van Commenée niet met zorg. Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit.

"De omvang zegt niet veel over het eindresultaat. Wel is het teleurstellend dat sporten als badminton, volleybal en trampolinespringen niet zijn vertegenwoordigd. We moeten kijken hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen.''

Historie

Dat Nederland zijn doelen hoog heeft gesteld blijkt ook uit de historie. In de laatste dertig jaar stond Oranje slechts één keer bij de top tien. In Sydney 2000 werd Oranje achtste in het eindklassement.

Van Commenée wees er ook op dat het niet alleen om het resultaat gaat in Peking. "Ook de presentatie is zeer belangrijk. Van onze atleten moet een voorbeeldfunctie uitgaan. Bij het halen van medailles behoort ook een soort gedrag waarop Nederland trots kan zijn.''