PARIJS - Voor Martin Verkerk zal Parijs altijd de stad van zijn definitieve doorbraak naar de wereldtop in het tennis blijven. Als hij op de Pheriferique de afslag Porte d'Auteuil passeert, zal hij onwillekeurig even zijn voet van het gaspedaal halen en terugdenken aan die gedenkwaardige dagen in mei/juni 2003.

Verkerk is 'hot' in Parijs. Zijn naam zoemt door het tennispark. Hij wordt herkend en aangeklampt. Daarom traint hij maandagmorgen in alle vroegte op een achterafbaanje in een uithoek van Roland Garros. Hittingpartner is Jesse Huta Galung, een junior van jeugdcoach Schapers. Twee cameraploegen van de NOS en Eurosport filmen de training. Technisch directeur Felius van de tennisbond, coach Carr in onvermijdelijk geel T-shirt en Schapers kijken toe. De tribunes langs de baan zijn akelig leeg.

Slapen, eten en masseren

De 24-jarige Alphenaar slaat de spieren los. Na veertig minuten houdt hij ermee op. Het is welletjes, de slagen zitten goed. Hij gaat terug naar zijn hotel. Slapen, eten en masseren. Vooral slapen. Hij slaapt slecht in Parijs. "Pas tegen enen, half twee 's nachts val ik in slaap." Hij haalt de schade in door in de middaguren een paar uurtjes mee te pikken.

"Ik kom wel aan de zeven, acht uur slaap per dag", zegt hij maandag na de training. "Na de winst op Schüttler heb ik twee borden pasta naar binnengeslagen, een uur op de massagetafel gelegen en twee uur heerlijk geslapen." Hij is zich ervan bewust dat hij wat losgemaakt heeft in Nederland. "Ja, ik word gek van de sms-jes. Mijn mobieltje heb ik uitgezet. Het wordt op dit moment teveel. Ik laat na het toernooi wel alles tot me doordringen."

Kwartfinale

Verkerk is dag en nacht bezig met de kwartfinale tegen Moya. "Direct na de winst op Schüttler heb ik de knop omgedraaid. Ik kijk bewust niet terug op mijn successen. Te lang genieten is dodelijk. Als ik tegen Moya met een tevreden gevoel de baan opstap, hakt hij me er af. Ik moet scherp blijven. Ik wil zo lang mogelijk doorgaan in Parijs. Het liefst ga ik helemaal niet naar huis."

Winkelen

Rust is het toverwoord voor Verkerk, al heeft hij moeite om lang stil te zitten. "Misschien ga ik vanmiddag nog even winkelen." Geld zal het probleem niet zijn. Hij is verzekerd van 115.600 euro aan prijzengeld (inclusief dubbel). Hij staat er geen seconde bij stil. Hij ligt niet wakker van de euro's, hij ligt wakker van de adrenaline die door zijn lichaam giert. Van de spanning voor het duel tegen Moya, de winnaar in 1998 en vierde geplaatst.

Vermoeiend

Verkerk is een bekende Nederlander geworden. Tegen wil en dank. "Iedereen wil wat van me. Iedereen wil met me praten, op de foto. Iedereen slaat me op de schouder. Het is even wennen." De verzoeken om interviews, om optreden in praatshows, stromen binnen. "Na Schüttler heb ik een paar interviews gegeven. Televisie, radio, kranten uit binnen- en buitenland. Het is vermoeiend constant dezelfde vragen te moeten beantwoorden."

Liever richt hij zijn aandacht op Moya, dinsdag zijn tegenstander. "Die wedstrijd heb ik al op mijn netvlies. Ik zal dezelfde tactiek moeten hanteren als tegen Schüttler. Agressief zijn, veel inkomen, korte punten, geen lange rally's. Mijn opslag moet lopen, anders heb ik geen kans. Moya is van een andere orde, een speler van het kaliber dat ik nog niet ben tegengekomen in Parijs."

In alle euforie blijft Verkerk een doodnuchtere Hollander. Glamour is hem vreemd. Hij gaat niet naast zijn sportschoenen lopen. Hij realiseert zich dat zijn opmars naar de laatste acht deels veroorzaakt is door een goede loting. "Voor hetzelfde geld sta ik in de tweede ronde tegen Federer en lig ik er uit."

Athene 2004

Door zijn plaats bij de laatste acht is hij bovendien de eerste Nederlandse tennisser die zich geplaatst heeft voor het olympisch toernooi van Athene 2004. "Te gek natuurlijk, ik ga er dolgraag heen, lijkt me fantastisch."

Parijs neemt voortaan wel een speciaal plekje in zijn hart in. Zoals Alphen aan den Rijn, zijn woonplaats, en Milaan, de stad van zijn eerste toernooizege, een speciale plaats hebben.