MADRID - Real Madrid is zondagavond voor de 31e keer kampioen van Spanje geworden. De club boekte de benodigde zege bij Osasuna dankzij twee doelpunten in de laatste drie minuten van een spectaculaire wedstrijd (1-2).

Arjen Robben tekende in de 87e minuut voor de gelijkmaker. Gonzalo Higuain liet even later de winnende treffer noteren.

Real Madrid speelde de hele tweede helft met tien man omdat Fabio Cannavaro in de 46e minuut voor de tweede keer een gele kaart kreeg. Behalve Robben speelde ook Wesley Sneijder de hele wedstrijd. Osasuna kwam in de 82e minuut op voorsprong dankzij een benutte strafschop van Francisco Punal.

Real Madrid heeft door de zege tien punten meer dan nummer twee Villarreal, dat won van Getafe: 2-0. De Spaanse competitie telt nog maar drie speelronden.

Barcelona

Real Madrid speelt woensdag voor eigen publiek tegen aartsrivaal Barcelona, dat zondag de vloer aanveegde met Valencia: 6-0. De traditie wil dat de spelers van de tegenstander van de kersverse titelhouder een erehaag vormen wanneer de kampioen het veld opkomt. In Spanje werd zondagavond al druk gespeculeerd over het feit of Barcelona die traditie gaat breken.

Real Madrid prolongeerde de titel omdat het dit seizoen in Spanje veruit de constantste ploeg was. De formatie profiteerde van de vele blessures bij Barcelona, dat vele wedstrijden niet over Ronaldinho, Deco en Lionel Messi kon beschikken.

Sneijder

De titel van Real Madrid, dat al in de achtste finales van de Champions League door AS Roma werd uitgeschakeld, had ook een Nederlands tintje. Wesley Sneijder, Arjen Robben en Royston Drenthe verhuisden afgelopen zomer allemaal naar de meest succesvolle club van Spanje. Ruud van Nistelrooij vierde vorig seizoen ook al een titelfeest met Real Madrid.

De spits, op dit moment nog niet helemaal fit, was dit seizoen in 21 duels goed voor twaalf doelpunten. Wesley Sneijder maakte in 27 duels acht treffers. Hij groeide in zijn eerste seizoen bij Real Madrid uit tot de steunpilaren van de nieuwe trainer Bernd Schuster.

Team-titel

Niet Wesley Sneijder, Ruud van Nistelrooij of Guti, maar het team was afgelopen seizoen de echte ster bij Real Madrid. Dat zei aanvaller Raul in reactie op de 31e landstitel van 'De Koninklijke'. "Het is een team-titel."

Volgens aanvoerder Raul is het kampioenschap de beloning voor een 'hechte groep'. "We zijn het meest constante team geweest, we verdienen de titel volkomen." Raul (30) maakte in Madrid inmiddels zes kampioenschappen mee. In 1995 overkwam hem dat voor het eerst, maar ook in 1997, 2001, 2003 en 2007 vierde hij feest.

Mijlpaal

Persoonlijk staat Raul ook voor een mijlpaal: Hij is nog twaalf doelpunten verwijderd van het record van Alfredo Di Stefano. De Argentijn van Real Madrid maakte tussen 1953 en 1964 216 goals in de Spaanse competitie.

Arjen Robben, die bij Real met Royston Drenthe, Sneijder en Van Nistelrooij het Nederlandse contingent vormt, maakte zondag in de met 2-1 gewonnen wedstrijd tegen Osasuna de gelijkmaker. Met het hoofd nog wel.

"Ongelooflijk. Ik kan me mijn laatste kopgoal niet herinneren, ik denk zelfs dat dit de eerste was. Fantastisch om het seizoen zo te eindigen. Ik voel me lekker in Madrid en hoop dat nog een aantal jaren zo te houden."

Real Madrid verovert titel