GRONINGEN - Op de WK afstanden en de Olympische Spelen is het voortaan niet meer nodig om de 500 meter schaatsen twee keer af te werken.

Dat concludeert de Groningse wetenschapper prof dr Gerard Sierksma na onderzoek van alle internationale races op de sprintafstand tussen 2002 en nu.

De klapschaats is ervoor verantwoordelijk dat schaatsers die finishen in de buitenbaan niet langer in het voordeel zijn ten opzichte van hun concurrenten in de binnenbocht. "Het statistische verschil is verdwenen", stelt de wetenschapper van de Rijksuniversiteit Groningen.

Verleden

In het verleden hadden schaatsers vanwege de hoge snelheid moeite om niet uit de laatste binnenbocht te vliegen. De tijden van de schaatsers in de buitenbocht waren destijds aanwijsbaar beter. Het mechanisme van de klapschaats zorgt voor meer grip, waardoor dat probleem tegenwoordig niet meer bestaat, betoogt de wetenschapper.

In 1998 voerde het Internationaal Olympisch Comité op basis van een Noors onderzoek in dat de 500 meter van de Olympische Spelen over twee races werd beslist, waarbij iedere deelnemer een keer in de binnen- en een keer in de buitenbaan start. Dat onderzoek, van de Noorse professor Nils Lid Hjort, zegt Sierksma nu te hebben achterhaald.

Grip

"Met de klapschaats hebben ze nu zo veel meer grip, dat is eerder al aangetoond door bewegingswetenschappers. Wie met een vaste schaats zijn voet in de bocht ook maar iets optilt, heeft alleen nog contact met het ijs via de punt van de schaats. Met de klapschaats blijft het hele ijzer staan, waardoor er veel meer grip is."

Sierksma beveelt het IOC en de mondiale schaatsbond ISU aan de 500 meter voortaan weer in één race af te werken, of anders de reglementen aan te passen. "Je zou er je voordeel mee kunnen doen door de beste tijd van de twee races te laten tellen. Zo voorkom je dat iemand met een valse start of een valpartij direct kansloos is voor de medailles."