ROTTERDAM - De gemeente Rotterdam speelt met de gedachte geen subsidie meer te geven aan sportclubs waar regelmatig gewelddadige incidenten voorkomen. Dat maakte wethouder Janssens dinsdag bekend bij de presentatie van het onderzoek 'Agressie in de sport'.

Medewerkers van de Erasmus Universiteit en het Verwey-Jonker Instituut bekeken onder leiding van prof. J.W. Duyvendak hoe groot de problemen zijn in de Rotterdamse sportwereld. "Meer actie is echt geboden", aldus Janssens, die benadrukt dat de sporters hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

"De KNVB, clubbesturen of het gemeentebestuur zijn niet agressief, het is de sporter die uiteindelijk de rotschop uitdeelt. Dat moet veranderen. De overheid kan hierbij slechts faciliteren."

Door strenger op te treden, denkt de wethouder sportzaken dat de boodschap beter overkomt. Hij denkt erover subsidies in te trekken en geen velden meer te verhuren aan clubs waar het mis blijft gaan.

Goed gedrag

"We geven in Rotterdam tientallen miljoenen euro's uit aan de breedtesport. Misschien is de tijd gekomen om goed gedrag te belonen en fout gedrag te bestraffen. Dat we zeggen: 'We gaan u de toegang tot de velden ontzeggen, voor u is geen plaats in het Rotterdamse sportwereldje'."

Volgens onderzoeker Duyvendak bedreigt agressie in de sport het voortbestaan van verenigingen. Een op de drie ondervraagde Rotterdammers geeft aan dat hij wel eens getuige is geweest van een ernstig incident bij een amateurwedstrijd.

Uit het rapport blijkt dat Rotterdammers uitwijken naar andere sporten of stoppen als zich regelmatig wantoestanden voordoen. Ook staan er steeds minder vrijwilligers langs de lijn en stopt 10 procent van de scheidsrechters vanwege agressie met het fluiten van wedstrijden. Duyvendak vindt niet dat de sport simpelweg trends uit de samenleving volgt.

"Agressie in de sport is niet uitsluitend een maatschappelijk verschijnsel. Natuurlijk zijn mensen tegenwoordig mondiger en hebben ze de neiging zelf op te treden tegen vermeend onrecht. Maar agressie is ook een beetje in sport ingebakken omdat sporters nu eenmaal hun grenzen zoeken".