KUALA LUMPUR - Het Nederlandse tophockey staat op een kruispunt. Dat is de stellige overtuiging van Roelant Oltmans, de bondscoach van het nationale mannenteam. "Het is de hoogste tijd dat we anders tegen hockey in Nederland gaan aankijken."

''Wat willen we nou als sport? Hoe gaan we verder met onze internationals? Wat kunnen we nog meer van hen verwachten? Ze zijn in de praktijk fullprofs, maar hebben niet de status die daarbij hoort. Daarom is één ding duidelijk: er moet meer geld vrijkomen voor de topspelers. Dan kunnen zij en het hockey zich blijven ontwikkelen. Anders vallen we stil."

Belangstelling

Oltmans (53) ziet voldoende mogelijkheden om het tophockey in Nederland naar een hoger plan te tillen. "Als er basketbalclubs in de eredivisie kunnen werken met een budget van 1 tot 3 miljoen euro moeten hockeyclubs dat toch ook kunnen? Onze sport staat op allerlei gebied veel in de belangstelling. Daar moeten de clubs en de bond meer mee doen. De internationals verdienen een professionele behandeling en een fatsoenlijk salaris. Opdat ze hun sport op de beste manier kunnen blijven beoefenen."

Met deze gloedvolle woorden reageerde Oltmans in Kuala Lumpur, waar Oranje zondag als derde eindigde bij de Champions Trophy, op het nieuwe 'mini-WK' dat de internationale hockeyfederatie FIH in de markt heeft gezet. Om de twee jaar, om te beginnen in 2009 in Dubai, komt dat toernooi met de eerste acht landen van de wereldranglijst in de Europese wintermaanden op de kalender.

Volle agenda's

"Prachtig hoor, zo'n nieuw evenement. Vooral voor landen als Pakistan, India, Australië en Zuid-Korea die amper een nationale hockeycompetitie hebben. Maar aan onze internationals valt het vrijwel niet meer te verkopen. Hun agenda's zijn al overvol, met de nationale competitie, Euro Hockey League, Champions Trophy, EK, WK en Olympische Spelen. Dan komt er dus ook nog een World Hockey League bij. En misschien ook nog wel eentje voor clubs. Het wordt echt te gek. Zo ben je het hele jaar aan het hockeyen."

Oltmans: "Het lijkt me niet de bedoeling dat je zo'n nieuw toptoernooi als een soort oefenstage ziet. Je wilt en je moet als toonaangevende hockeynatie toch steeds weer presteren op zo'n podium. Maar dat betekent ook dat je een intensieve voorbereiding nodig hebt. Dus moet je de internationals al een paar weken daarvoor bijeen roepen. Voor jongens met een baan, studie of gezin is dat bijna niet meer te doen. Gelukkig zijn ze allemaal nog steeds grote liefhebbers van hun sport. Het is natuurlijk voor die gasten ook een fantastische tijdsbesteding. Maar we moeten in Nederland echt iets gaan terugdoen voor onze topspelers, anders haken talenten en/of routiniers op den duur onnodig af. De grens is bereikt."