MERANO - In het heetst van de strijd haakten de Nederlandse handbalvrouwen af. Ze gaven dinsdag in Merano hun spannende achtste finaleduel tegen Zweden (21-23) zelf uit handen en vergooiden daarmee een unieke kans om aan te haken bij de beste acht naties van het WK in Italië. Vijf gemiste strafworpen en een niet afgeronde break-out vertelden het verhaal. De handbalsters zijn nog altijd geen wereldtop.

De uitschakeling betekende een nieuw tranendal, na de harde eliminatie van 1999 in Noorwegen tegen de Roemeense vrouwen. Weer zaten de vrouwen van Bert Bouwer na afloop in zak en as en namen ze roemloos afscheid voordat het toernooi echt begon.

Het missen van de mogelijkheden op de momenten dat het er om gaat is een kwaal die Nederland al vaker opbrak. De speelsters hadden in de Dolomieten willen afrekenen met het stempel niet onder druk te kunnen presteren, maar opnieuw lukte dat niet.

Moment van waarheid

Weer ging het mis op het moment van de waarheid. Daarmee lijdt de ploeg gezichtsverlies. Om hun missie geloofwaardig te houden, moesten de handbalsters dit toernooi presteren. Ook de A-status van NOCNSF lag in het verschiet. Een welkome financiële bonus (1200 gulden plus onkosten en een auto) voor de speelsters. "Hier winnen was belangrijk voor het aanzien en de ontwikkeling van het vrouwenhandbal", vond Peter Murphy die namens de sportkoepel in Merano kwam kijken.

Zweden was zeker geen zwakke tegenstander. De Scandinavische vrouwen verkeren dit WK in de roes, die Nederland twee jaar geleden beleefde. Voor de meeste Zweedsen is het pas het eerste grote evenement, maar ze doen het boven verwachting. Ze wonnen alles in de poule, waaronder van Europees kampioen Hongarije.

Tegen Nederland bleek de sterkte van hun opbouw, waarin vooral de lange schutster Asa Eriksson een hoofdrol opeiste. Ze gooide van buiten de 9-meterlijn gemakkelijk de ballen binnen. Desondanks had Nederland de opponent moeten verslaan.

Missers

Oranje had meteen in het begin kunnen uitlopen, maar miste drie strafworpen (Mulder 2 en Assink 1). Tot tweemaal toe konden de wel hardwerkende speelsters een grote achterstand goedmaken (4-9 en -16), maar toen de thriller in de beslissende fase belandde kwamen ze tekort. Illustrerend waren de gemiste strafworpen van Monique Feijen (keihard naast) en de verder goed spelende Irina Pusic (een slap balletje in de handen van de keepster).

Op basis van de eerste ronde viel het wel te verwachten dat Nederland uit het toernooi zou vliegen. "We hebben nog niks gezien", bromde sponsor Ton van Born 's middags voor de wedstrijd. De financier van het Oranjeplan had gelijk. Het spel van het Nederlands team was in de eerste vijf wedstrijden te bleek. De briljante acties waarmee Oranje in Noorwegen het publiek op de banken kreeg, waren niet te bewonderen.

Vorm

Te veel speelsters misten de WK-vorm om de wedstrijden naar hun hand te zetten. Een leidende schutter zoals de Française Lejeune of de Noorse Grini zou Nederland uit het dal hebben kunnen trekken, maar zo'n buitencategorie speelster ontbreekt. Oranje moet het doen met een smal collectief, waarin iedereen moet pieken.

Omdat nieuwe aanwas ontbreekt, dreigt het gevaar dat de rek uit de ploeg is. Alleen op harde arbeid en wilskracht is de top niet te bereiken. Om straks bij het WK 2003 in Nederland (als dat doorgaat) en de Olympische Spelen in 2004 te presteren, moeten nu al de contouren van een grote ploeg zichtbaar worden. Dat was in Italië niet het geval. Nederland komt vooralsnog kwaliteit te kort moet de conclusie zijn.