Net als bij de eerste wereldbekerwedstrijden sprint in Salt Lake City, zijn het ook in Calgary de Canadese schaatsers die de dienst uitmaken. Was vorige week Jeremy Wohterspoon de uitblinker, deze keer waren Catriona LeMay-Doan en Michael Ireland de toppers.

LeMay evenaarde op de 500 meter haar wereldrecord (37,29), Ireland slechtte op de kilometer als derde schaatser de grens van 1.08. Het was niettemin nipt: 1.07,99.

De 1000 meter bij de vrouwen was het enige onderdeel dat zaterdag niet door een schaatser met de Canadese nationaliteit werd gewonnen. De Duitse wereldrecordhoudster Sabine Völker won met 1.14,62, waarbij opviel dat landgenote Anni Friesinger als niet-sprintster derde werd. Zij plaatste zich daarmee voor haar vierde afstand op de Olympische Spelen.

“Uittesten kun je hier goed,” meent Gerard van Velde, die zaterdag nieuwe rondingen in zijn schaatsen uitprobeerde. Hij werd achtste en elfde. “Dit is niet superbelangrijk voor ons,” zei Jan Bos, die zesde en vijfde werd. “Met deze benen is dat heel goed. Ik ben nog lang niet scherp genoeg,” aldus de sprinter, die eind december wil pieken tijdens het olympisch kwalificatietoernooi.

Erben Wennemars viel op de 1000 meter, liep wat schaafwonden op, maar baalde niet. “Het voelde goed aan, maar ik stapte op een blokje. Jammer, kan gebeuren. Het ging mij toch vooral om de 1500 meter van zondag. Ik heb vorige week al de bevestiging gekregen dat ik een goede 1000 kan schaatsen. Morgen de 1500, laat maar komen. Ik ga aftrappen als op een 500 meter.”

Sportweek Online