GÖTEBORG - De trend die begin januari in Thialf was ingezet, is in het weekeinde in Göteborg vrolijk voortgezet. Het podium van het mannentoernooi bestond na afloop van de wereldkampioenschappen schaatsen allround net als bij de EK louter uit Nederlanders. Met ook nog een Nederlandse nummer vier was er veel 'Oranje boven'. Het Nederlandse verweer: 'wij kunnen er toch niets aan doen?'

Net als in Heerenveen was Gianni Romme de beste uit Nederland. De schaatser schonk zijn nieuwe geldschieter SBL bij het eerste toernooi gelijk het hoogste: het wereldkampioenschap. Rintje Ritsma won ook dezelfde medaille als op het EK, zilver. Ids Postma, op het EK afwezig, drukte Mark Tuitert van het podium. De Rus Lalenkov kwam niet hoger dan plek vijf en dus was het toch al oranje gekleurde Rudhallen decor van een Nederlands feest.

"Jammer", meende Bart Schouten, de Nederlandse trainer die in de Verenigde Staten werkt. "Dit is niet goed voor de sport. Maar het zegt heel veel over het allrounden. Derek Parra wilde hier echt niet pieken. We zijn ook pas vijf dagen vantevoren naar Europa gekomen, dat zegt genoeg. In Amerika krijgen de schaatsers bijna alleen betaald op basis van wat ze in de wereldbeker en op de WK afstanden presteren. Daar zegt zo'n titel niet veel."

Hossen

De hossende oranjemenigte in Göteborg stond zaterdag en zondag symbool voor het allrounden: Nederlanders lopen er massaal warm voor, maar deelnemers uit andere landen hebben weinig of geen supporters bij zich. De reclameborden langs de baan zijn niet voor niets allemaal van Nederlandse bedrijven. De ISU hoopt het schaatsen in bijvoorbeeld Zweden te stimuleren door Göteborg het WK te geven. "Maar wordt Zweden beter van een stadion vol Nederlanders?", vroeg de Nederlandse coach Gerard Kemkers zich af.

In Nederland wordt het gebrek aan internationale allroundcompetitie vanzelfsprekend gesignaleerd, maar slechts een enkeling ervaart het als een probleem. Kemkers opperde in Göteborg dat hij na zijn trainersloopbaan best aan 'ontwikkelingshulp' wil doen, door in naam van de ISU buitenlandse schaatsers, hun coaches en de jeugd te ondersteunen. De ISU zit er echter niet op te wachten om zich te bemoeien met de training van schaatsers en coaches.

Waar Kemkers genegen is bij te springen waar het nodig is, zitten de Nederlandse schaatsers niet te wachten op dit soort liefdadigheid in het buitenland. "Moeten wij dan met gewichten gaan schaatsen, als handicap", grapte Ritsma. "Ik ga toch mijn concurrenten niet uitnodigen voor de training om ervoor te zorgen dat ze mij vervolgens voorbij schaatsen?"

Interesse

De Nederlandse allroundmannen hebben het goed voor elkaar en zijn daar vanzelfsprekend tevreden mee. Maar elders daalt de interesse rap, denkt Schouten. "In Amerika is schaatsen slechts eens in de vier jaar belangrijk. Noorwegen, Zweden en Finland mogen dan een grote allroundtraditie hebben, dat is wel het verleden. Nu zijn er heel andere sporten die belangrijker zijn. Het is triest, want ik ben gek op schaatsen, maar het is niet anders."