MONOPOLI - Maanden leefde Daphny van den Brand als een kluizenaar. Alles moest voor een wereldtitel veldrijden wijken. Toen de 24-jarige inwoonster van Zeeland zondag in Monopoli eindelijk de regenboogtrui om de schouders kreeg, bleken alle opofferingen de moeite waard geweest.

"Eindelijk, eindelijk, eindelijk", jubelde Van den Brand, die op het podium haar emoties niet kon bedwingen. "Hier heb ik het allemaal voor gedaan. Het geeft zo'n heerlijk gevoel dat het is gelukt. Dit is de bekroning op mijn loopbaan."

Na drie bronzen plakken telde voor Van den Brand in Italië alleen maar het goud. De laatste maanden stond alles in het teken van dit ultieme doel. Ze hield zich alleen maar bezig met trainen en rusten. Zelfs de verbouwing van haar onlangs betrokken huis en een operatie aan een dubbele liesbreuk moesten ervoor worden uitgesteld.

Op papier leek het voor Van den Brand in Monopoli niet mis te kunnen gaan. De blonde Brabantse domineerde het internationale veldrijden. In dertien wedstrijden leed ze slechts een nederlaag. Alleen bij de race in Koksijde moest ze regerend wereldkampioene Laurence Leboucher voor zich dulden.

Hoewel Van den Brand zondag de koers vanaf het begin hard wilde maken, kon de veelvoudig Nederlands kampioene niet haar stempel op de wedstrijd drukken. De Duitse Hanka Kupfernagel, 's werelds beste veldrijdster in 2000 en 2001, bleef voortdurend in het spoor van de Nederlandse. Een sprint moest uiteindelijk de beslissing brengen. Kupfernagel was met haar wegkwaliteiten daarin de favoriete, maar Van den Brand liet zich niet aftroeven.

"Ik heb geprobeerd in de sprint zo rustig mogelijk te blijven. Ik ben keihard op kop blijven rijden en hoopte dat ze mij in de harde wind niet meer zou passeren. Gelukkig had ze de kracht niet meer."

Ondanks dat ze haar belangrijkste doel heeft bereikt, ziet Van den Brand nog voldoende uitdagingen in het veldrijden. Ze denkt dat de sport zich internationaal steeds meer zal ontwikkelen. "We zijn al een heel eind gekomen, want er komen steeds meer rensters aan het vertrek. Dat zal alleen maar beter worden als we volgend seizoen om de wereldbeker gaan strijden. Bovendien wil ik zolang mogelijk in deze trui blijven rijden. Hij staat me goed", lachte Van den Brand.