DEN BOSCH - Het beetje kleur dat het Nederlandse badminton momenteel bezit, komt voorlopig nog uit het Verre Oosten. 'Gastarbeidsters' Yoa Jie en Mia Audina beheersten in Den Bosch het Nederlands kampioenschap, waarbij de uit China afkomstige Yao Jie zondag de enkelspeltitel greep door een blessure van de uit Indonesië afkomstige Audina.

Die gaf bij een voorsprong in de beslissende game geblesseerd op. De vierde titel op rij van Dicky Palyama bij de mannen maakte duidelijk dat het in die sector voor Nederland voorlopig nog wel even behelpen blijft.

Nederland telt mee in de internationale badmintonwereld. Als er tenminste naar de wereldranglijsten wordt gekeken. Vijf vrouwen bij de eerste dertig, zelfs twee in de toptien (Audina/7 en Yao Jie/10) en twee kort daar achter (Karina de Wit/14 en de opgeleefde Judith Meulendijks/16). Verder een mix van Chris Bruil en Lotte Jonathans als mondiale nummer drie. Dan loopt elke bondscoach kwijlend rond. Ook al zitten de mannen individueel pas aan het begin van een heel donkere tunnel.

Palyama

"Bij de mannen zijn we bijna het slechtste land ter wereld", is de nuchtere constatering van Palyama, die voor het vierde opeenvolgende jaar in de eindstrijd afrekende met Gerben Bruijstens. "Ik zie daar voorlopig geen verandering in komen, al is het met de komst van Eric Pang wel iets aan het verbeteren. Voorlopig is het voor mij nog eenzaam."

Palyama (24 en al een routinier) kijkt op het olympisch trainingscentrum in Papendal soms jaloers naar de vrouwen. Brenda Beenhakker, Judith Meulendijks en Karina de Wit kunnen daar dagelijks werken met internationale toppers als Audina en Yao Jie.

Niveau

"Voor de Nederlandse meiden is het niveau met de komst van de Aziaten een stuk omhoog gegaan. Voor mij is dat een utopie." Van echte trots is bij Martijn van Dooremalen nog geen sprake.

De goeroe van het Nederlandse badmintonnen - sinds 1985 aan het bewind - weet dat een deel van het positieve vrouwenverhaal door toeval tot stand kwam. Audina en Yao Jie kwamen zomaar binnenlopen. "De rest trekt zich daar nu aan op", is de simpele constatering van de bondscoach. "Op weg naar de Olympische Spelen is dat een prettige bijkomstigheid. Ik noem het maar een luxeprobleem."

Verbazing

"Toch blijft het vreemd dat ze hier meedoen. In het buitenland kijken ze ook enigszins verbaasd naar ons", meent Karina de Wit. De 26-jarige Haarlemse maakte de laatste maanden een stormachtige progressie door. Ze steeg naar de veertiende plaats op de wereldranglijst, onder meer door toernooizeges in Wales en Ierland.

De Wit heeft zich pas ruim een jaar volledig op badminton toegelegd. Bovendien zag niet iedereen vroeger haar talenten. De Wit heette niet echt stressbestendig te zijn. Met behulp van een sportpsycholoog is dat probleem goeddeels opgelost. Zelfverzekerd zoekt ze nu haar eigen weg naar de top.

Verdomd slim

Volgens Van Dooremalen kan ze ver komen. "Ze is lang, speelt aanvallend en is verdomd slim." In Den Bosch strandde ze in de halve eindstrijd. Haar slagarm zat zo vast dat titelverdedigster Yao Jie geen serieuze tegenstand ondervond. Een paar maanden geleden bij de Dutch Open was De Wit verrassend te sterk geweest voor de Europees kampioene.

Ze houdt een tweeslachtig gevoel over aan de komst van Audina en Yao Jie. "Aan de ene kant maken ze je wel beter, aan de andere kant blijft het moeilijk je naam achter de Nederlandse titel te krijgen. Eerst had ik altijd te maken met namen als Eline Coene. Nu zijn zij er weer. Maar ik ben met een mooi proces bezig. Mijn tijd komt nog wel. Gebeurt dat niet, is er ook niets aan de hand. Dan heb ik het geprobeerd."