SALT LAKE CITY - Vandaag kan alles. Erben Wennemars wist het zondag in Salt Lake City vantevoren: dit zou zijn dag worden. Het voorgevoel klopte. "Toen ik zaterdag Jeremy dat wereldrecord van .07,72 zag schaatsen, dacht ik: dat blijft vijf jaar staan. Vandaag denk ik daar heel anders over."

Als tweede schaatser in de historie dook Wennemars zondag op de 1000 meter onder de 1.08. Hij bracht het Nederlands record daarmee op 1.07,88. "Goed hè?"De sprinter uit Dalfsen voelde zich de gelukkigste man op aarde, hoewel Wotherspoon de race met 1.07,83 nipt won. Toch was de vreugde van Wennemars niet verwonderlijk, aangezien hij zijn persoonlijk record met bijna een seconde omlaag haalde. Tot zondag had hij de kilometer nooit sneller afgelegd dan in 1.08,76. "Had ik zelf ook niet verwacht, hoor, dat het zo snel zou gaan. Behalve met die tijd ben ik ook dolblij met de wetenschap dat ik een rondje ,85 kan schaatsen. Tot vandaag heb ik in een wedstrijd nog nooit een ronde sneller dan 25,3 geschaatst."

Superrace

In de training wel. In de training kan Wennemars alles. "Daar heb ik al eens een ronde 24,1 gereden", zei Wennemars. "Niemand klopt mij in een trainingsrondje." Dat was ook precies zijn probleem, volgens zijn trainer Peter Mueller. "Als Erben wedstrijden schaatst zoals hij traint, is alles mogelijk. Het probleem is dat hij het niet op woensdag moet laten zien, maar in het weekeinde." De Amerikaan had voor Wennemars' superrace nog gesteld dat Nederlanders de pure snelheid van de Canadezen en Amerikanen niet kunnen evenaren."

Het ijs van de Utah Olympic Oval is simpelweg te snel, en de Oval ligt te hoog (1425 meter). Die combinatie maakt Nederland kansloos op de sprintafstanden, vond Mueller. "Snelheid moet vanaf het begin in je zitten. Dat valt niet meer aan te leren als je al twintig jaar bent. Canadezen en Amerikanen beginnen op hun zesde op snel ijs, met shorttrack. Snelheid is voor hen normaal, voor ons bijzonder." Wotherspoon reed bij zijn wereldrecordrace zaterdag zijn eerste volle ronde 24,71, het snelste rondje ooit. "Voor Nederlanders is 25,2 al een wereldronde", sprak Mueller voor de meter van zondag. "Zo'n achterstand haal je in een rondje niet meer in."

Wennemars logenstrafte de woorden van zijn trainer, door Jan Bos het kersverse record van 1.08,38 te ontfutselen. "Het kan dus wel", zei hij opgetogen. Mueller wilde niet toegeven dat de prestatie van zijn pupil hem had verrast. "Ik was niet verbaasd. Je moet vorm hebben, dan kun je alles presteren op dit ijs. This ice is faster than hell". De Amerikaan erkende wel dat hij zaterdag geen prettige dag had beleefd. Toen konden zijn sprinters zich nog niet meten met de top. "Ik had een nachtmerrie. Dat ik ontslagen zou worden", zei hij breed grijnzend. "Ik heb de jongens en meiden gevraagd om me zondag een betere dag te geven. Dat is gelukt."

Vertrouwen

Wennemars verklaarde het opmerkelijke verschil tussen de race van zaterdag (1.08,78) en zondag door een verschil in voorbereiding. "Zaterdag was een lange dag, ik moest vier uur de concentratie vasthouden. Dat lukte me niet. Vandaag ging ik er echt voor. Ik had het rittenschema bestudeerd, wist precies wanneer ik me moest gaan inrijden, ik was echt geconcentreerd. Dat ik deze race op het ijs heb gereden waar straks de Olympische Spelen worden gehouden, is heel belangrijk voor mijn vertrouwen."

Ondanks de uitschieter van de Nederlander blijft de Canadees Jeremy Wotherspoon topfavoriet voor de titel, straks in februari. "Maar ik hoop dat ie zenuwachtig wordt", zei Wennemars. "Hij wil nog wel eens falen op het moment dat het erop aankomt." De status van topfavoriet garandeert daarbij geen olympisch goud, weet Wennemars. "De favoriet wint de laatste toernooien nooit. Guljajev in Calgary, Zinke in Albertville, Jansen in Hamar en Postma in Nagano, geen van allen was vooraf favoriet."

Hij wil er maar mee zeggen: let op Wennemars. Zeker als hij leert de trainingsrondjes in wedstrijdrondjes om te zetten. Hij doet zijn best, dat is zeker. "Ach ja, elk jaar word ik weer ouder en volwassener, hè?"

/DOSSIERSchaatsen